Gebruik van een caravan

Zelfs de eenvoudigste caravans hebben tegenwoordig een hangkast, bergruimte en bovenkastjes. Ook hebben de meeste nieuwe caravans een gaskomfoor en koelkast. Maar hoe gaat u precies om met die apparaten? En welke eisen kunt u stellen aan het interieur? Dit hoofdstuk beantwoordt die vragen en geeft informatie over kampeerlocatie, ventilatie en wintersport.

Waar kamperen?
Zeker in Nederland, maar ook steeds meer in het buitenland, bent u niet meer vrij om te gaan en staan met de caravan waar u wilt. Wat mag en wat niet mag is in Nederland vastgelegd in de 'Wet op de openluchtrecreatie', die de 'Kampeerwet' heeft vervangen. De nieuwe wet geeft aan de gemeenten meer mogelijkheden en bevoegdheden dan de Kampeerwet voorheen. De uitvoering van de Wet op de openluchtrecreatie berust bij de gemeenten, het adviesorgaan voor de overheid inzake openluchtrecreatie, is de 'Raad voor de Openluchtrecreatie'.
De nieuwe wet gaat uit van een algemeen kampeerverbod. Buiten officiële campings (met vergunning) mag niet gekampeerd worden. Wie toch vrij wil staan heeft toestemming nodig van de eigenaar van de grond, die op zijn beurt weer vrijstelling of ontheffing van het gemeentelijk kampeerverbod nodig heeft.

Er zijn vele campinggidsen waarin verzamelingen campings beschreven staan. Ook op het WereldWijde Web zijn campinggidsen.

Kamperen in Nederland
Campings zijn in Nederland bepaald niet dun gezaaid. Er is keus uit meer dan duizend officiële terreinen. Er zijn diverse Campinggidsen te koop, waarin u van tevoren kunt uitzoeken welke camping u aanspreekt. Door contacten met medekampeerders kunt u vaak goede tips krijgen over campings in streken waar u nog niet bent geweest. In het algemeen zal u, om in het hoogseizoen een plekje op een favoriete camping te kunnen bemachtigen, moeten reserveren.

Natuurkampeerterreinen
Ruim honderd campings in Nederland vallen in de categorie 'Natuurkampeerterreinen'. Om er te staan hebt u een 'Natuurkampeerkaart' nodig. Deze meestal kleine kampeerplaatsen liggen wat afgelegen in een bos of natuurgebied en hebben beperkte voorzieningen. Er is in elk geval stromend water en een toilet, soms een (warme) douche.

Landgoed- en kasteelcampings
Een aantal van deze campings wordt beheerd door Staatsbosbeheer. Verenigd in de Vereniging Nederlandse Landgoed- en Kasteelcampings (LKC) hebben eigenaren hun bezittingen opengesteld voor kampeerders. Het kunnen zowel algemene campings als natuurkampeerterreinen zijn. De vereniging heeft een webstek.

Minicampings
Er zijn nogal wat grondeigenaren in landelijke gebieden die beperkte gelegenheid bieden om op hun grond te kamperen met tent of toercaravan. Als maximum voor dit 'kleinschalig kamperen', vroeger meestal aangeduid met 'kamperen bij de boer', geldt 15 kampeermiddelen.
Er zijn 2 organisaties van minicampings:

De ANWB geeft een gidsje uit waarin nog meer minicampings vermeld zijn.

CampingCheque en CampingCard
Voor degenen die in voor- en/of naseizoen op pad gaan, kunnen de verschijnselen CampingCheque en CampingCard interessant zijn.

Vooral in het late voorseizoen en in het vroege naseizoen bieden beide veel waar voor hun geld (afhankelijk van de voorzieningen van een camping). In het vroege voorseizoen en het late naseizoen bieden de meeste campings slechts basisvoorzieningen (dat geldt overigens ook voor campings die geen deel uit maken van een van beide verzamelingen).

Camping Card International (CCI)
Op een camping moet, bij aanmelding, meestal een identiteitsbewijs worden afgegeven. In het buitenland vraagt men al gauw naar een paspoort. Omdat u dit eigenlijk beter niet af kunt geven is het verstandig een Camping Card International (Ook wel Kampeercarnet genoemd) in uw bezit te hebben. Een paspoort hebt u soms nodig om geld te wisselen en er kan ook naar worden gevraagd in het kader van de nieuwe identiteitsplicht (v.a. 1-6-94). Met de CCI kunt u op campings heel goed terecht. De houder van een CCI ontvangt bovendien een zgn. kortingwijzer, waarmee, zoals de naam al zegt, in bepaalde situaties korting kan worden verkregen. Soms ook op campings. Aan de CCI is ook een WA-verzekering verbonden tegen Wettelijke Aansprakelijkheid voor schade aan derden op kampeerterreinen. De CCI is o.a. verkrijgbaar bij de ANWB, bij de Nederlandse CaravanClub, ....

Vaste standplaats
De toercaravan is gemaakt om mee te toeren, dat is duidelijk. Toch gebruiken veel mensen de toercaravan als tweede huisje, ook al heeft deze veel minder ruimte dan een stacaravan. De reden moet gezocht worden in de veel lagere kosten. Een toercaravan, waarmee de halve wereld al is rondgereden, is niet veel meer waard. Op een vast stekkie op een camping kan zo'n oude toercaravan nog jaren mee. Rond een seizoenplaats kunnen met de beheerder van een camping problemen ontstaan over bijvoorbeeld verkoop of tariefsverhogingen. Het grote voordeel van een toercaravan is dat deze onmiddellijk verplaatsbaar is bij te hoog oplopende meningsverschillen.
Een combinatie van toeren en staan komt ook voor. In de zomermaanden wordt de caravan gebruikt om mee op vakantie te gaan, de rest van de tijd staat hij op een vaste plaats op een camping. Zo kan er ook in de weekenden gebruik van worden gemaakt of kan de caravan enige weken worden verhuurd. De caravan wordt optimaal gebruikt als deze in de winter in een wintersportgebied op een wintercamping wordt geplaatst om hem vervolgens in de zomermaanden weer in eigen land en voor de zomervakantie dienst te laten doen.

Overnachten op parkeerplaats
De één vindt dat het einde, voor de ander is het bijna het einde. Roofovervallen komen helaas steeds meer voor. Het is natuurlijk erg praktisch om, onderweg naar een ver bestemmingsoord, op een parkeerplaats te overnachten. Een nadeel is dat drukke parkeerplaatsen meestal erg rumoerig zijn, door telkens weer aankomende en vertrekkende vrachtauto's, terwijl op stille parkeerplaatsen enige angst voor overvallen niet helemaal misplaatst is. Bovendien is het in het hoogseizoen op een drukke parkeerplaats vaak een bende. Wie van een goede nachtrust wil genieten, doet er beter aan een nabijgelegen camping op te zoeken. Het kost iets meer tijd maar het is tenslotte vakantie. In de Kampeer en Caravankampioen wordt jaarlijks (in één van de voorjaarsnummers) een kaart bijgesloten waarop campings langs de vakantieroutes staan aangegeven. Tip! Neem voor een verblijf van één nacht op een camping geen stroom. De koelkast doet het prima op gas en u bent 's morgens sneller weer weg.

In het wild
Voor de liefhebber is dat het mooiste wat er is, alleen in de vrije natuur. In landen waar veel ruimte is en weinig mensen, wonen, zoals bijvoorbeeld Zweden, kan het ook. Ligt de plek, waar u van plan bent de nacht door te brengen, dicht bij de bewoonde wereld, dan is het verstandig even uit te zoeken of de eigenaar van de grond in de buurt woont. Vooral als het de bedoeling is langer dan één nacht te blijven.


Caravan stellen
Afkoppelen lijkt en is een eenvoudige zaak, tenminste op een vlak terrein. Trek de stekker uit de contactdoos op de trekhaak. Maak de handrembreekkabel los. Laat het neuswiel zakken door de grof-verstelling los te draaien en zet deze weer vast zodra het neuswiel op de grond rust. Veelal is het beter het neuswiel niet helemaal tot op de grond te laten zakken met de grof-verstelling, maar voor het laatste stuk de fijn-verstelling te gebruiken. Dan kan bij het in lengterichting horizontaal stellen, als de voorkant moet zakken, de fijn-verstelling nuttig werk doen, en het voorkomt ev. een probleempje bij het later aankoppelen.
Maak de pal van de koppeling los (meestal door indrukken) en draai de slinger van het neuswiel (de fijn-verstelling) zo ver dat de koppeling omhoog komt. Trek gelijktijdig de handel van de koppeling omhoog en de caravan is afgekoppeld. Vergeet niet eerst de handrem aan te trekken of blokken voor de wielen te leggen als de caravan schuin staat.

Waterpas stellen
Wat bij de meeste caravans nooit mag: de caravan waterpas zetten met behulp van de uitdraaisteunen.
Er is maar één goede manier om de caravan in dwarsrichting waterpas te zetten en dat is door het laagst gelegen wiel op gelijke hoogte te brengen met het andere wiel. Een waterpas is hierbij onontbeerlijk. Staat de caravan, evenwijdig met de as gezien, waterpas, dan kan hij vervolgens eenvoudig, door middel van het neuswiel, in lengterichting gezien waterpas worden gezet.
Als laatste worden de uitdraaisteunen tot de grond uitgedraaid. Het grootste gewicht van de caravan blijft op de as rusten, de steunen doen waarvoor ze gemaakt zijn, ze ondersteunen. Op drassige ondergrond kan het beste een plankje onder de steunen worden geplaatst. Neem deze mee van huis en berg ze op in de disselbak.

Er is een aantal mogelijkheden om het laagste wiel omhoog te krijgen:

Van de laatste methode zal de campingbeheerder niet zo gecharmeerd zijn.

In de rubriek Tips staan een aantal practische opmerkingen van caravanners.

Hulpmiddelen

Banaan
De 'banaan' is een knap uitgedachte wig, gemaakt van gelaagd hout, die door zijn vormgeving de wieldruk altijd loodrecht op de grond overbrengt. Hoe verder de caravan erop wordt geduwd, hoe hoger het desbetreffende wiel komt. Hiermee kan de caravan heel nauwkeurig waterpas worden gezet. Een nadeel is alleen dat er altijd iemand nodig is om aanwijzingen te geven. Rijdt u te ver door dan bestaat de kans dat de banaan opwipt en de bodem van de caravan beschadigt. Een handige doe-het-zelver kan zelf een 'banaan' maken. Dit gaat het beste door enkele lagen hout over elkaar te lijmen en deze vervolgens met een schaaf of vijl op de juiste maat te brengen. Klik voor bouwtekening 1, bouwtekening 1a, bouwtekening 2.

Wiggen
Er is een ruim aanbod van kunststof wiggen. Net zoals bij de banaan, kunnen deze worden gebruikt om onder het laagste wiel te plaatsen, waarna de caravan tegen de helling van de wig moet worden opgeduwd (achterwaarts) tot de wielen even hoog staan. Net als bij de banaan vraagt het om nauwkeurig 'mikken'.

Werkwijze voor banaan en wig
Leg banaan of wig achter het wiel en duw de caravan er achteruit rijdend op. Als de juiste positie bereikt is, trek dan de handrem van de caravan stevig aan en ontkoppel. De banaan moet net als de wig achter het wiel, omdat de handrem de eerste halve meter achteruitrijdend vaak niet goed werkt, maar vooruit wel.

Leveller
De leveller is een hulpmiddel waarmee een te laag wiel op eenvoudige wijze omhoog kan worden gebracht. Al heel lang kennen we de 'Vanleveller', die bestaat uit een steunplaat voor het wiel en een steunplaat voor de ondergrond. De beide steunplaten zijn aan de ene kant met elkaar verbonden door middel van een scharnier. Aan de andere kant zit een schroefas (spindel). Door een zwengel kunnen de beide platen uit elkaar worden gedraaid. Het grote voordeel is dat de hoogte eenvoudig kan worden nagesteld als de caravan wat is weggezakt. Nadeel: het apparaat is zwaarder dan bijvoorbeeld een wig en ook nogal wat duurder.
Een heel aantrekkelijke vorm van de leveller is die van Bulldog, de Carleveller genoemd, evenals de Vanleveller bedacht door een Engelse firma. Het voordeel van de Carleveller is dat de caravan hier niet precies op een vrij kleine plaats hoeft te worden gereden. De Carleveller lijkt het meest op een flinke wielklem die eenvoudig om het (op de grond staande) wiel wordt geschoven. Vervolgens wordt het wiel opgekrikt (wat soms HEEL zwaar kan gaan!) op een nagenoeg identieke manier als bij de Vanleveller. Een prima apparaat, maar wel vrij zwaar en groot.

Krik
Sommige caravans worden, net zoals auto's, voorzien van een kriksteun en er wordt een krik bijgeleverd. Hiermee kan snel een wiel worden verwisseld maar de krik is ook handig bij het waterpas zetten. Het is eigenlijk heel merkwaardig dat niet elke caravan af-fabriek is voorzien van krik en reservewiel, net als een auto.

Alko-krik
Alko heeft een speciale krik op markt. Ook die is goed te gebruiken bij het horizontaal stellen van de caravan. Ook kan hij goede diensten verlenen bij het verwisselen van een wiel. De kriksteun kan na de montage van steunpunten op een chassis van Alko gemakkelijk toegepast worden.

Hydraulisch stellen
Elke caravanbezitter kent het probleem: bij aankomst op de plaats van bestemming de caravan op zijn pootjes zetten en als het even kan horizontaal. Van "G" Engineering heeft voor dit probleem een oplossing bedacht: "Level & Lock".
Het is een op 12 Volt werkend hydraulisch systeem, dat bestaat uit twee hydraulische steunen en een pomp. De twee steunen zijn vast aan de as van de caravan verbonden en kunnen afzonderlijk aangestuurd worden, zij kunnen een last van 1000 kg tillen. In de pompeenheid, zijn naast de pomp, het reservoir, de elektrische schakeling en de ventielen ondergebracht.
Het systeem is handig bij horizontaal stellen van de caravan, bij het verwisselen van een wiel, in de stalling en het biedt een zekere mate van beveiliging.
Het systeem is uit te breiden met een 'plus'-functie. Dat houdt in dat ook de uitdraaipoten hydraulisch bediend worden.

Een vergelijkbaar hulpmiddel wordt geleverd door Ivra


Voortenten en luifels

Een aantal fabrikanten: AlmeloseTentenhandel, Dorema, Fortex, Gerjak, ten Hoope, van der Horn, Isabella, Walker.

Voortent of luifel?
De keus voor een luifel of een voortent is vooral een kwestie van het gebruik dat van een caravan wordt gemaakt. Vervolgens moet u een keus maken uit de verschillende materialen en kwaliteiten. Wie alleen rondtrekt en niet meer dan één of twee overnachtingen op dezelfde plek maakt, heeft meestal voldoende aan een luifel. Wie van plan is om een langere periode op dezelfde plaats te blijven, zal eerder voor een voortent kiezen. Een voortent, die rondom kan worden afgesloten, kan dienen voor extra opslagruimte en is ook te gebruiken voor extra slaapplaatsen. Hiervoor zijn speciale slaapcabines te koop. Vooral wanneer kinderen mee gaan kan de voortent een uitkomst bieden. Het nuttig oppervlak van de caravan kan, door middel van de voortent, twee keer of meer worden vergroot. Wie een caravan heeft zonder toiletruimte, kan overwegen een voortent te kiezen met een aparte uitbouw die als toiletruimte dienst kan doen.

Katoen
Het van oudsher meest gebruikte tentdoek is katoen. Onder invloed van regen krimpt het. Dit proces speelt zich af in de lengte- en breedterichting van de banen en kan wel oplopen tot respectievelijk 2 en 3%.
Goed tentdoek is waterafstotend, maar het laat tevens lucht door, het ademt. Als het geheel dicht, dus zonder poriën zou zijn, is ventilatie niet mogelijk en treedt aan de binnenkant condensatie op. Daarom wordt gesproken van waterafstotend en niet van waterdicht katoen.
Het doekgewicht is doorgaans voor de zijwanden 220 g/m2 of hoger en voor het dak 280 g/m2 of hoger. Vaak wordt het gewicht verward met de kwaliteit: hoe hoger het gewicht hoe beter de kwaliteit is een misplaatste kreet. Bepalend voor de kwaliteit is de kwaliteit van garens en het weefproces. Gladde garens zijn doorgaans beter dan pukkelige garens. Een vierkant geweven doek zegt ook al wat over de kwaliteit. Vierkant slaat op dezelfde hoeveelheid garens in lengte- en breedterichting (ketting en inslag) en wordt uitgedrukt in een hoeveelheid garens per cm2.
De waterafstotendheid van het doek is te danken aan de weefdichtheid en aan het prepareren van het weefsel met een waterafstotend middel. Zodra het katoen nat wordt, gaat het zwellen. Het doek trekt hierdoor dicht. De behandeling met een impregneermiddel verhoogt de waterafstotendheid. Na een tijdje neemt de waterafstotende werking af en moet het doek opnieuw worden behandeld. Is het plaatselijk, dan kunt u het zelf doen met een spuitbus. Gaat het om de hele tent, dan is een middel dat met de kwast wordt aangebracht de beste oplossing.

Kunststof
Behalve katoen wordt ook veel synthetisch materiaal gebruikt. Ook katoen dat aan één of twee zijden is overtrokken met een beschermende laag kunststof komt veel voor. Zuiver synthetische materialen zijn onder andere polyvinylalcohol (PVA), polyester en acryl. Polyvinylalcohol ademt enigszins, is sterk maar duurder dan polyester. Vaak wordt het nog van een PVC of polyurethaan-coating voorzien en is dan geschikt voor tentdaken.
Acryl is ook wel bekend onder de naam Dralon. Zonder coating is er sprake van enige ventilatie, maar alleen bruikbaar voor de wanden. Het materiaal is sterk waterafstotend en laat pas bij hoge belasting water door. Het is kleurecht, is goed bestand tegen schimmelvorming, sneldrogend en bestand tegen chemicaliën. Polyester wordt alleen met een PVC-coating toegepast (voorkomende merknamen zijn Trevira en Dacroffl. Het heeft een enorme treksterkte en is zeer geschikt voor seizoen- en sneeuwvoortenten.

Vensters
Voortenten worden meer en meer uitgerust met vensters. Deze zijn gemaakt van plastic folie en volledig waterdicht. Het uitzicht wordt hiermee vergroot en er valt meer licht in de tent. Dit is vooral prettig bij somber weer.

Luifels
Luifels worden in het algemeen gemaakt van de lichtste kwaliteit tentdoek, omdat ze meer gebruikt worden tegen de zon dan tegen de regen. Bij zwaar noodweer kan de luifel het best worden afgebroken, omdat de constructie daar vaak niet tegen bestand is. Natuurlijk zijn er ook zware uitvoeringen van luifels te koop. Vaak gaat het dan om een combinatie van luifel en voortent, waarbij alle onderdelen van de tent afzonderlijk afritsbaar zijn. De luifel is gewoon het dak van de tent. Het grote voordeel van een luifel is de snelheid waarmee deze kan worden aangebracht.
Er zijn ook zgn. schuifluifels of driekwartluifels. op de markt. Eén zijde (waar de wind vandaan komt) is dan dicht te maken.
Een bijzondere luifel is de 'zak-luifel'. De luifel hangt permanent in een zak aan de tentrail. De luifel bestaat uit een (holle) buis waar rond het dak opgerold wordt. In de buis is plaats voor de staanders. Het opzetten is zeer simpel en gaat heel snel. Vooral geschikt voor trekkers, als bescherming tegen regen/zon.

Schuif-luifel

Zak-luifel

Terras-luifel

Dak-luifel

Hele-luifel

Panorama-luifel

Het frame
Het tentframe is meestal van stalen buizen gemaakt. Een enkele keer zien we ook frames van aluminium in een sterke harde legering. Het voordeel hiervan is dat het lichter is en niet kan roesten. Bij stalen buizen wordt het roesten beperkt door een galvanische behandeling of door een moffellak. Het glasfiberframe is steeds meer in opkomst. Het heeft vele voordelen. Het is sterk, licht en onderhoudsvrij. De buismaten liggen tussen 20 en 28 mm diameter bij wanddikten van 1 tot 1,5 mm.
Frames worden steeds meer universeel gemaakt. Met universeel wordt bedoeld dat elke hoofdverbindingsbuis past in een andere verbindingsbuis en dat lengte van de twee buizen samen kan worden afgesteld. Dat heeft grote voordelen bij de productie van de tentframes, maar is bij het opzetten ook erg handig. Bij de productie heeft het als voordeel dat met weinig typen frames veel verschillende tenten kunnen worden gemaakt, bij het opzetten kan eerst de kleine vorm van de tent worden uitgezet, waarna u stuk voor stuk de buizen kunt stellen, zodat het tentdoek zich spant. Als het tentdak over een groot oppervlak niet wordt ondersteund, kan zich daar een waterzak vormen. Dat is te voorkomen door het aanbrengen van extra tentstokken, die de doorzakkende plekken omhoog drukken.

Voortent opzetten
Van belang bij de aanschaf van een voortent is of de omlooplengte van de tent klopt. Het is erg vervelend als pas op vakantie blijkt dat er wat mis is. De omloopmaat kunt u zelf gemakkelijk bepalen. Plaats de caravan op een vlakke weg en zet hem in de 'kampeeropstelling' op de uitdraaisteunen. Neem een dun maar niet rekkend stuk touw en zet daarop een merkteken met een viltstift. Leg een steen op het stuk touw zodanig dat het merkteken de weg raakt. De positie op de weg moet overeenkomen met de loodlijn uit de uiterste punt van de caravan. Trek het touw door de tentrail tot het de weg aan de andere kant van de caravan raakt. Zet ook daar een merkteken op het touw en meet de afstand tussen de merktekens.
Alternatief: Op de webstek van Ten Hoope (rubriek: Service) is een omloopmatendatabank beschikbaar.

De bevestiging van voortent of luifel aan de caravan gebeurt via een tentrail. De rail moet goed schoon zijn, niet scherp en vrij zijn van beschadigingen.
Tip! Gebruik siliconenspray om de rail te smeren.
Tip! Er zijn apparaatjes verkrijgbaar die een te nauwe rail eenvoudig wat op kunnen ruimen, als de tentpees iets te dik mocht zijn.
Trek de pees door de rail en de tent of de luifel zit vast aan de caravan.
Tip! Als u van tevoren de wanden uit de voortent ritst, wordt de tent lichter en kost het bevestigen minder moeite.
Er zijn nog wat hulpmiddeltjes die het aanbrengen van een tent vergemakkelijken: sommige tentmerken hebben een trekoog aan de tentpees vastgemaakt. Als je een lang touw aan dat oog knoopt, laat de pees zich makkelijker door de rail trekken. Bij tenten zonder trekoog kan het touw aan het afspanpunt naast de pees worden bevestigd. De luifelkatrol is een uitvinding die het mogelijk maakt om alleen, zonder hulp, een luifel of voortent aan de caravan te bevestigen. U plaatst het katrolletje in een bovenhoek van de caravanrail en knoopt aan de luifel of voortent een scheerlijn die door de katrol loopt. Op die manier kunt u met de ene hand de pees in de rail voeren, terwijl met de andere hand de scheerlijn en dus de tent wordt aangetrokken. Het dak wordt gespannen met de nokstokken. Meestal zijn de nokstokken in de lengte verstelbaar met vleugelboutjes of met verende snapsluitingen die in verschillende gaatjes springen. Op plaatsen waar contact tussen stok en doek mogelijk is, bestaat bij katoenen tenten kans op beschadigingen en lekkages. De betere tenten zijn op die plaatsen versterkt met extra stroken tentdoek. Op hoeken en bij bevestigingspunten moeten ook versterkingen zijn aangebracht. De nokstokken worden meestal aan de caravan vastgemaakt m.b.v bevestigingsogen. De nokstokken hebben aan het uiteinde haken. Deze haken moeten in de bevestigingsogen vallen, die in de caravanwand zijn geschroefd.
Verkrijgbaar zijn ook losse ogen. Ze worden in de rail gehaakt.
Het voortentmerk Isabella past een extra aangestikt tentkoord toe, waarop oogjes zijn geplaatst. In die oogjes vallen de haken van de nokstokken. Het merk Trio heeft de oogjes al vast aan de tentpees bevestigd.

Nuttige tips

Voortent opbergen
De voortent moet kurkdroog worden opgeborgen. Het beste kunt u de voortent niet in de caravan laten liggen als deze in de winterstalling gaat. Leg de tent op een droog plekje bij u thuis, bijvoorbeeld op zolder. Voordat u dat doet, moet u controleren of de tent nog in orde is. Zitten er scheuren in het tentdoek of is er iets anders mis met de constructie, dan heeft u de hele winter de tijd om dat te laten herstellen. Doe het echter meteen. In het voorjaar hebben de meeste ateliers het razend druk. Maak de tent goed schoon met een zachte borstel, voordat u hem opvouwt. Blijven er dan vlekken achter dan is dat jammer. Probeer vlekken niet te verwijderen met zeep of oplosmiddelen. De kans dat de vlek er uit gaat is niet zo groot en u weet in ieder geval zeker dat de tent op die plek niet meer waterdicht is. is de tent door en door droog, rol hem dan losjes op. Laat de ritssluitingen open en zorg ervoor dat de plastic vensters niet in een scherpe vouw komen of op elkaar plakken.

Wintertenten
Wintervoortenten zijn veel kleiner dan de toer- of seizoententen. De reden daarvoor is duidelijk: in de winter gaat u niet in de voortent zitten. De sneeuwvoortent is bedoeld als luchtsluis tegen de koude wind en om spullen in op te bergen. De sneeuwvoortent moet stevig zijn omdat een pak sneeuw op het dak behoorlijk zwaar is. Het dak van een sneeuwvoortent moet daarom onder een grote hoek staan, zodat de sneeuw er zoveel mogelijk afglijdt. Een extra hulpstang voorkomt inzakken van de tent bij zware sneeuwlast. Het materiaal waarvan de sneeuwvoortent is gemaakt, is goed gecoat en waterdicht. Dit heeft helaas condensvorming in de tent tot gevolg.


Wonen
Zelfs de eenvoudigste caravan is voorzien van ten minste een hangkast, bergruimte onder de banken en een aantal bovenkastjes. Eenvoudige modellen hebben vaak weinig bovenkasten.

Hangkast
De hangkast moet tenminste zo ruim zijn dat er een jas in kan worden opgehangen. Een goede hangkast heeft bovenin één of twee legplanken. Enkele kapstokhaken aan binnenkant van de kast voorzien bijna altijd in een dringende behoefte. U moet ze meestal zelf aanbrengen. Steeds meer zie men in moderne caravans de combinatie hang/legkast, afgesloten met een dubbele deur. Legruimte hebt u namelijk niet gauw te veel, hangruimte kan daar meestal voor worden opgeofferd. De ruimte onderin wordt vaak gebruikt voor het plaatsen van de kachel. Wanneer de kastruimte en de deurconstructie het toelaten, is een opbergzak met vakken aan de binnenkant van de deur wel handig.

Bovenkastjes
Bovenkastjes met een plank op halve hoogte bieden veel meer mogelijkheden. Bij scherp geprijsde caravans ontbreekt die praktische 'onderverdeling' nogal eens, zodat u deze zelf moet aanbrengen. Er zijn ook mensen die gebruik maken van plastic bakjes die in een huishoudzaak te koop zijn. Het is erg gemakkelijk als de deurtjes van de bovenkasten in geopende stand blijven staan, dan heeft u twee handen vrij om de inhoud te bereiken. Klapdeurtjes zijn meestal voorzien van een veermechanisme dat daarvoor zorgt, schuifdeurtjes blijven natuurlijk vanzelf in de gewenste stand staan. De laatste komt u in moderne caravans bijna niet meer tegen.

Het is belangrijk dat het hang- en sluitwerk van de kasten en kastjes voldoende solide is. Vergrendelingen zouden niet mogen ontbreken. Elke caravanner is het wel eens overkomen: een bovenkast die tijdens de rit open springt en de jampot gebroken op de vloer...

Legplank
Legplanken zijn heel praktisch. Ze vormen een goede bergplaats voor allerhande spullen die je even kwijt moet, zoals boeken, tijdschriften, spelletjes etc. Als bijvoorbeeld 's avonds de tafels van functie veranderen en bed worden, moet eerst alles wat op tafel ligt ergens anders naar toe. De legrand is meestal niet geschikt om er tijdens het rijden spullen op te laten liggen.

Bankkasten
Veel gebruikers noemen bankkasten nog steeds dekenkisten, waaruit blijkt waarvoor de ruimte onder de zittingen vroeger werd gebruikt. Tegenwoordig worden er de slaapzakken of dekbedden en nog veel meer andere spullen in gestopt. Een punt waarop u moet letten is de toegankelijkheid van de ruimte onder de zittingen. Deze hangt nauw samen met de plaatsing van de dekselscharnieren. Er zijn fabrikanten en gebruikers die de voorkeur geven aan een zo groot mogelijke opening. Dat kan alleen door de scharnieren dicht bij de wand te monteren. Om de klep te openen moeten de kussens worden verwijderd en u hebt drie handen nodig om iets in de bankkast te stoppen. De deksels blijven namelijk niet omhoog staan, een heel gedoe. Als een deksel niet omhoog blijft staan, kunt u er een lusje aan maken en op het juiste punt een haakje in de wand schroeven. Het blijft echter behelpen.
Veel praktischer is het de kleppen wat kleiner te maken. Bij voorkeur is een bankdeksel in tweeën gedeeld. Er is dan in het midden wel een extra ondersteuning nodig, waardoor het soms lastig is lange stukken in de bankkast te laten zakken. Er zijn enkele fabrikanten die de ondersteuning demontabel hebben gemaakt.

Kastventilatie
Het is erg belangrijk dat de kastruimte goed ventileert. Zijn er geen ventilatiegaten of sleuven aanwezig, probeer ze dan zelf alsnog aan te brengen. Het voorkomt muffe kleding en soms zelfs schimmel in de kasten. Voor een goede ventilatie is 'beluchting' nodig, d.w.z. de lucht kan er aan de ene kant in en aan de ander kant uit. Vooral in koudere jaargetijden is een goede ventilatie van groot belang.

Kleding
Bij de bouw van de caravan is er rekening mee gehouden: de bovenkastjes zitten bovenin en zijn prima geschikt voor ondergoed, sokken, truien etc. Allemaal lichte bagage die bovenin hoort met het oog op de gewichtsverdeling. In het algemeen wordt op vakantie met de caravan vrijetijdskleding gedragen en iedereen weet zelf het beste wat u moet meenemen. Uiteraard is voor een etentje in stijl iets 'nettere' kleding gewenst. Over de eeuwige korte broek waarmee helaas veel Nederlanders restaurants binnen stappen is al vaak geschreven. Ook in landen met een fantastisch klimaat kunt u een kille dag treffen. Neem daarom op z'n minst één warm kledingstuk mee. Voor een vakantie in de bergen geldt dat uiteraard eveneens.

Gewicht van de bagage controleren
Als het goed is, weet u wat uw caravan weegt en hoeveel het beschikbare laadvermogen is. In de praktijk is het echter lastig inschatten hoeveel de bagage weegt. Er zijn verschillende manieren om erachter te komen. Het gemakkelijkst is het om de gehele caravan in beladen situatie te wegen op een weegbrug. Dat geeft een goede indicatie, hoewel de meeste weegbruggen een te groot bereik hebben om heel exact te wegen. Omslachtiger, maar zuiverder is het stuk voor stuk wegen van de bagage die de caravan in gaat. Een badkamerweegschaal is hiervoor prima geschikt. Steeds wanneer u met een handvol bagage de caravan instapt, loopt u eerst over de badkamerweegschaal.

Zitten en slapen
Caravankussens worden tegenwoordig voornamelijk gemaakt van polyether. Polyether is een polyurethaanschuim. De voornaamste grondstoffen komen uit de petrochemische industrie en worden volgens fabrieksrecept samen met nog wat andere grondstoffen bij elkaar gebracht. De stoffen gaan een chemische reactie aan met schuimvorming tot gevolg. Het polyether waarvan caravankussens wordt gemaakt, wordt aangeduid als schuimplastic, dit in tegenstelling tot schuimrubber. Schuimrubber is op zich een prima product. Het wordt gemaakt van natuurrubber dat van de rubberboom wordt gewonnen. Omdat de winning erg arbeidsintensief is, is het eindproduct erg duur in verhouding tot polyether. Ook al is het allemaal polyether wat de klok slaat, er bestaan wel degelijk verschillen. Dat hangt nog steeds samen met verschillende voorkeuren, die u ook aantreft bij autostoelen. In het algemeen zit een Duitser graag hard, de Fransman graag zacht. Let bij het beoordelen van caravankussens op de dikte; hardheid en kwaliteit.

Dikte
Omdat onder het kussen geen vering zit maar alleen het deksel van de onderliggende bank, moet alle vering van het kussen zelf komen. Vandaar hoe dikker hoe beter.

Hardheid
In vakkringen noemt men dat 'stramheid', waarmee wordt bedoeld de weerstand tegen indrukking. Deze wordt aangegeven door een getal, bijvoorbeeld 50, 60 of 70. Voor het bepalen van de stramheid is een testbank nodig. De weerstand tegen dat indrukken wordt gemeten in newton. Uit de verhouding indrukking/ kracht wordt het getal voor de stramheid berekend. Hoe lager het getal, hoe slapper.
Om te zitten is een stevig kussen wel prettig, maar wanneer u ligt wordt uw gewicht over een groot oppervlak verdeeld, de vlaktedruk is laag en dan is een stevig kussen minder comfortabel. Aangezien in een caravan kussens zowel zijn bedoeld om op te zitten als om op te liggen, zoekt de fabrikant een compromis. Soms wordt voor de rugkussens ander materiaal gebruikt dan voor de zitkussens. Let daarop bij het verdelen van de kussens bij het samenstellen van het bed. Er zijn ook fabrikanten die kussens met een hoge stramheid gebruiken, maar er voor het comfort een dunne zachte laag over aanbrengen. In grote caravans worden voor vaste bedden binnenveringmatrassen toegepast.

Kwaliteit
De kwaliteit heeft alles te maken met het soortelijk gewicht. Voor polyether kan dit variëren tussen 15 en 150 kg/m2. Voor caravankussens wordt materiaal gebruikt met een s.g. van 20 tot 40 kg/m2. Kussens waarvan het polyether een laag s.g. heeft, zullen snel zijn 'doorgezeten'. Ze werden vroeger veel in goedkope caravans gebruikt, maar tegenwoordig gelukkig steeds minder.

Kussens vernieuwen
Is het kussen vies of versleten, dan kunt u de overtrek vervangen. Wie een beetje handig is doet dat zelf. Uiteraard is dat ook het moment waarop u kunt besluiten polyether van een andere kwaliteit te nemen, zeker wanneer de veerkracht volledig uit de kussens is verdwenen. Er zijn diverse bedrijfjes die zich hebben gespecialiseerd in het leveren van caravankussens.

Bed bouwen
Bij de meeste caravans bestaat het bouwen van het bed uit het laten zakken van de tafel en het omkeren en rangschikken van de kussens. Op die manier is meestal een redelijk vlak bed te maken. Zet de rugkussens, die tegenwoordig meestal wigvormig zijn, aan de boven- en onderkant van het bed. Dan heeft u de minste last van het hoogteverschil.
Een veel gehoorde klacht is vochtvorming onder de kussens, met name op de tafel. Het is te voorkomen door een handdoek onder het kussen te leggen. Er is ook speciale matten in de handel (
Akwamat), waarmee goede resultaten worden behaald. (Kijk ook eens de rubriek Tips.) Steeds meer caravanmerken passen een lattenbodem toe voor de bedondersteuning waarbij de kans op condens nihil is. Bovendien vergemakkelijkt een lattenboden het bouwen van een bed. Een aantal caravanners gebruikt ook in de caravan slaapzakken. Dat is praktisch en warm. Bovendien nemen slaapzakken relatief weinig ruimte in beslag.
Wanneer met meer dan twee personen in een caravan wordt overnacht is, met het oog op privacy, een afscheiding gewenst. Die kan bestaan uit een schuifdeur of een vouwwand. Daarachter hebben kleine kinderen, die vroeger naar bed gaan, ook een rustige slaapkamer. De belangstelling voor vaste bedden neemt sterk toe. Daarmee wordt immers voorkomen dat elke avond voor het slapen gaan een bed 'gebouwd' moet worden. Zelfs in niet al te grote caravans (tot 4,50 m lang) worden oplossingen met vaste bedden bedacht.

Bestek, serviesgoed en voorraad
Bestek, borden en pannen, u kunt het natuurlijk allemaal van huis meenemen. Veel handiger is echter om een speciale uitrusting voor de caravan te kopen, die in de caravan kan blijven liggen. Potten, pannen en serviesgoed moeten licht, sterk en bij voorkeur onbreekbaar zijn. In de accessoirehandel is een keur van dit soort artikelen te koop. Het is even een uitgave, maar dit soort spullen gaat in het algemeen erg lang mee. Over de manier waarop serviesgoed het best kan worden opgeborgen lopen de meningen uiteen. In elk geval moet het zo gebeuren dat het onderweg niet kan gaan schuiven en rammelen. Gelukkig bedenken de fabrikanten ook steeds vaker praktische opbergmogelijkheden.

Etensvoorraden
Nederlanders staan er om bekend dat ze veel levensmiddelen meeslepen op vakantie. Berucht was het 'mud aardappels' dat ons altijd zal blijven achtervolgen. Maar aardappels of niet, Nederlanders nemen nog steeds veel mee en u kunt zich afvragen of dat echt nodig is. Natuurlijk, een 'ijzeren voorraadje' voor de eerste dag op de camping en voor noodgevallen, maar eigenlijk is veel meer meestal niet nodig. U kunt in de meeste vakantielanden heel veel kopen, al zijn dat misschien niet altijd dingen die u thuis ook eet. Maar is het juist niet aardig om ook eens vreemde producten te proberen, die typerend zijn voor een bepaald vakantieland? Neem behalve eten voor onderweg eventueel die artikelen mee die in het land waar u naar toe gaat slecht van kwaliteit of niet te koop zijn.

Knutsels
Ook al worden caravans steeds completer verkocht, er blijft voor de aardsknutselaar altijd nog wel wat te verbeteren. Aan haakjes om iets op te hangen denken de meeste fabrikanten bijvoorbeeld niet. Een extra legplankje, een betere onderverdeling van een kast, een hangkast waarvan voor een deel een legkast wordt gemaakt, betere verlichting, een radio met speakers, een extra stopcontact etc. In de Kampeer en Caravankampioen wordt aan dit soort knutselarij regelmatig aandacht besteed. Nog een tip! Gaat u vaak met kleine kinderen op stap, laat dan oud speelgoed in de caravan liggen. Ook wat spelletjes, een spel kaarten en een paar platenboeken kunnen goed van pas komen. U weet maar nooit wanneer u in een file terecht komt.


Huishoudelijke apparaten

Kooktoestel
De meeste nieuwe caravans zijn tegenwoordig voorzien van een driepitsgascomfoor; in duurdere modellen kom je zelfs vierpits tegen. Het gaskomfoor is ingebouwd in het keukenblok, waaronder vaak de koelkast en waarnaast een wasbak is aangebracht. De overige ruimte wordt benut als kastruimte. De branders van het gaskomfoor zijn thermisch beveiligd. Op het principe van thermische beveiliging komen we nog terug. Wie nog nooit gehoord heeft van thermische beveiliging lukt het maar niet de vlam brandend te houden. De doorgewinterde caravanner vindt dit eigenlijk te belachelijk om over te praten, 'dat weet toch iedereen'!
Het gas voor kooktoestellen, kachel en koelkast komt uit de gasfles die in een ruimte buiten het interieur van de caravan is geplaatst. Meestal is dit de disselkast, maar tegenwoordig zie je ook dat er een speciale ruimte in de nabijheid van de as is gemaakt, dit om een betere gewichtsverdeling te bewerkstelligen. Het is verstandig om de kraan tijdens het rijden gesloten te houden. De gaskraan op de fles werkt net als een waterkraan: linksom (tegen de wijzers van de klok in) is open, rechtsom (met de wijzers van de klok mee) is dicht.
Zodra de gaskraan op de fles wordt opengedraaid kan het gas in de leiding stromen die naar het interieur van de caravan voert. Maar dan is het nog niet bij het kooktoestel. Eerst moet het nog de hoofdkraan in de caravan passeren. Meestal zit de hoofdkraan in een blok van drie kranen, één voor het kooktoestel, één voor de kachel en één voor de koelkast. Het kranenblok is meestal onder in het keukenblok aangebracht. Tegenwoordig zitten de gaskranen ook wel op het keukenblok, waar ze uiteraard uitstekend bereikbaar zijn.

Thermische beveiliging
De thermische beveiliging is aanwezig op alle apparaten die op gas werken. Het is daarom belangrijk te weten wat de beveiliging doet en hoe deze werkt. De thermische beveiliging bedient een elektromagnetische klep die is aangebracht in de leiding achter de bedieningskraan. Is de bedieningskraan open dan zit de klep nog dicht, zodat er geen gas stroomt. Om de klep te openen is een heel klein elektrisch stroompje nodig. De benodigde spanning wordt opgewekt in een thermokoppel.
Een thermokoppel bestaat uit twee stripjes van verschillend metaal, die hecht met elkaar zijn verbonden. Wordt het thermokoppel warm, dan ontstaat een klein spanningsverschil tussen de beide materialen en dit spanningsverschil is voldoende om de elektromagnetische klep te openen. Het thermokoppel is te zien bij de brander; het is het pennetje dat in de gasvlam steekt. Is de brander warm, dan is de klep open, waait de vlam uit dan wordt de brander koud en sluit de klep, zo eenvoudig is dat.
Om de brander aan te steken, zodat deze automatisch het thermokoppel kan opwarmen, moet via een omloopleiding gas worden toegevoerd. Een klep in deze omloopleiding opent u door op de bedieningsknop te drukken. Laat u de knop los, dan zorgt een veer ervoor dat de klep weer wordt gesloten. Dit merkt u als u iets te weinig geduld hebt om te wachten tot het thermokoppel heet is. Dan gaat de vlam vanzelf weer uit en moet de procedure worden herhaald. Bij een goed werkend apparaat zal het indrukken van bovengenoemde knop niet langer dan 10 a 20 seconden in beslag nemen.
Een driepits-gaskomfoor heeft alleen zin heeft wanneer er drie pannen op kunnen staan. Veel caravanners hebben aan twee pitten genoeg, maar de meeste nieuwe caravans worden tegenwoordig toch met drie geleverd. Een keukenraam in de nabijheid van het kooktoestel is prettig voor het afvoeren van dampen en luchtjes. Gordijnen horen hier niet wegens brandgevaar.


Koelkast
Bijna elke nieuwe caravan is tegenwoordig voorzien van een koelkast. In tegenstelling tot de koelkast thuis, die van het compressortype is, werkt de koelkast in de caravan in 99 van de 100 gevallen volgens het absorptieprincipe. Een koelkast met compressor maakt toch altijd enig geluid, de absorptiekast is muisstil.
De belangrijkste spelers op de markt van absorptiekasten zijn Dometic (voorheen Electrolux) en Thetford.
Leverancier van compressorkasten voor de recreatie is Waeco.

Absoptiekoelkast
Een absorptiekast werkt volgens het principe van snel verdampende vloeistof die warmte aan z'n omgeving onttrekt. Vergelijkbaar met eau-de-cologne of after-shave op de huid, waaruit de alcohol verdampt die daarmee warmte onttrekt aan de huid; het voelt koud aan.
Eenvoudig voorgesteld vindt in de koelkast het volgende plaats: in een cilindervormige pot (het kookvat) zit een ('sterke') ammoniakoplossing (ammoniak opgelost in water). Door verwarming van deze cilinder met gas of elektriciteit ( 12 V of 230 V) wordt de oplossing warm. Omdat ammoniak een lager kookpunt heeft dan water, komt dit vrij uit de oplossing en stijgt op in het buizenstelsel. Dit buizenstelsel vormt een gesloten circuit. Het niet kokende water met nog een beetje opgeloste ammoniak ('zwakke' ammoniakoplossing) wordt afgevoerd via een overloop naar (uiteindelijk) de absorptiebuis (wet van de 'communicerende vaten'). Het droge ammoniakgas komt in de condensor en slaat daarin neer, wordt dus vloeibaar. Daarbij komt veel warmte vrij. Vervolgens komt het vloeibare ammoniak in de verdamper. Dat is het aluminium plaatje met koelribben dat u in het vriesvak kunt zien zitten. In de verdamper zit waterstof. De vloeibare ammoniak kan in de verdamper in gas overgaan omdat de druk daarin door de aanwezige waterstof is verlaagd. Voor verdampen is warmte nodig, dit wordt aan de artikelen in de koelkast onttrokken. Het mengsel van ammoniak en waterstof komt in de absorptiebuis. Hierin ontmoet het mengsel de zwakke ammoniakoplossing (uit het kookvat), waarin het ammoniakgas oplost. Dit produkt komt als sterke ammoniakoplossing uiteindelijk in het absorptevat. De waterstof blijft over en gaat verder naar de verdamper terwijl de sterke ammoniakoplossing terugstroomt in het kookvat, waar het proces opnieuw begint. Een animatie van dit proces was te zien op de webstek van Dometic, maar nu hier.
Het is een continu proces, dus niet zoals bij een compressorkast die aan- en afslaat. Omdat het systeem gebaseerd is op partieel verdampen en condenseren, is de goede werking sterk afhankelijk van de temperatuur in de directe omgeving. Deze mag niet te hoog zijn (teveel verdamping, te weinig condensatie), maar ook niet te laag (te weinig verdamping). Warmtebeheersing is dus wezenlijk.

Warmtebeheersing
De koelcapaciteit wordt bepaald door 3 belangrijke pijlers

Het is noodzakelijk dat de geproduceerde warmte vlot wordt afgevoerd. Hoe beter de condensor wordt gekoeld, hoe beter het kringloopproces werkt en hoe beter de koelkast koelt. De koelopeningen zijn in de buitenwand aangebracht in de vorm van roosters. Als de koelkast werkt, is dit te voelen aan warme lucht die uit het bovenste rooster stroomt. Roosters moeten een doorlaat hebben van tenminste 240 cm2 . Deze waarde betreft de doorlaat, dus niet de afmetingen van het ventilatierooster zelf, dat moet veel groter zijn. Het tweede rooster in de wand of de vloer zorgt voor een natuurlijke 'trek', zodat de verwarmde lucht veel beter wordt afgevoerd.
Dometic (Electrolux) beveelt aan de ventilatieroosters af te dekken bij (buiten)temperaturen lager dan 8 graden Celsius. Het mag immers ook niet te koud worden, de ammoniak moet wel kunnen 'koken'.
Boven de pakweg 20 graden Celsius buitentemperatuur is extra aandacht voor goede afvoer van de geproduceerde warmte noodzakelijk.
Soms is daartoe een speciaal deurtje aangebracht in de zijwand, dat kan worden opengezet nadat u op de camping bent aangekomen. Ook handig voor onderhoud.
Dan kunt u ook het vliegengaas achter de roosters verwijderen. Die kunnen als ze vervuilen wel 50% van de doorlaat beperken!
De ruimte achter de koelkast moet hermetisch van het interieur van de caravan zijn afgesloten. De verwarmde lucht wordt dan snel afgevoerd en verdwijnt niet naar alle mogelijke plaatsen.
Wanneer de ventilatieroosters door de openstaande buitendeur worden afgeschermd, kan dat een negatieve invloed hebben op de warmteafvoer, dus op het goed functioneren van de koelkast.

Als de koelkast standaard niet voldoende koelt, kunt u de volgende maatregelen overwegen:

Als eerder genoemde maatregelen niet mogelijk zijn of onvoldoende zijn, dan is de enige manier om de werking weer te verbeteren de warmte die de koelkast zelf produceert te verminderen. Dat kan door de regelknop op een lagere stand te zetten. De koelkast koelt dan minder, maar wel beter. (Dit lijkt paradoxaal.) Dometic beveelt in dat geval de standen 1-2-3 aan. U kunt het beste experimenteel vaststellen wat in uw geval de optimale stand is. Maar bedenk dat dit een correctie is op de te hoge stand (vergelijk het met wat u zou doen om het slingeren van de caravan te beperken). Dus niet: hoe lager de stand van de knop hoe beter de koeling.
Vuistregel: zet bij temperaturen van pakweg 25 graden Celsius en hoger de regelknop van de koelkast wat lager dan u eigenlijk voor ogen had.

Tip: leg (plak) eens een thermometertje in de koelkast.

Dan nog het volgende
Gas èn elektriciteit: de koelende werking van een absorptiekoelkast is aan een maximum gebonden. Denk niet: 'ik laat de koelkast zowel op gas als op elektriciteit werken want dan gaat het beter'. De cilinder waarin de oplossing wordt verwarmd moet zo warm worden dat de ammoniak uit het water kookt. Wordt de cilinder warmer dan gaat het water meekoken en is het effect volledig verdwenen. De koelkast koelt dan helemaal niet meer maar verwarmt, dit kan fataal worden als het te lang duurt. Denk daaraan bij het overschakelen van gas op elektriciteit of omgekeerd.
230V èn 12V: Bij sommige koelkasten van Dometic (RM4-serie) is het mogelijk tegelijkertijd 230V en 12V in te schakelen. Dat is in het algemeen niet aan te bevelen. Ook in dit geval bestaat het risico dat het water mee gaat koken met alle gevolgen vandien.
In één specifiek geval zou dit kunnen helpen de koelprestatie te verbeteren: als op de camping minder dan 230V aangeboden wordt. Het grote probleem is dan dat de extra 12V niet regelbaar is, er kan dan nog steeds oververhitting plaats vinden. Niet doen dus.
Scheef staan: In het buizenstelsel zitten enkele pijpjes, waarvan de hoek waaronder ze staan erg belangrijk is voor het terugstromen van de oplossing. Staat de caravan scheef, dan komen die pijpjes onder een verkeerde hoek te staan waardoor de werking van de koelkast wordt beïnvloed. in het ergste geval doet hij het helemaal niet. In opkomst zijn de zogenaamde hellingskasten, die speciaal zijn ontworpen om ook in scheve stand goed te kunnen koelen.

Koelkast tijdens het rijden
Zie Koelkast op 12volt

Koelkast tijdens verblijf op camping
Op de camping heeft u de keus: de koelkast kan op gas of op 230 V.
Op een camping met mogelijkheid tot aansluiting op 230V wordt meestal gekozen om de koelkast op 230V te laten werken.
Er zijn een aantal redenen die u toch kunnen besluiten de koelkast op gas te laten werken. Misschien is de elektriciteit wel buitenproportioneel duur.
Of misschien levert de camping minder dan 230V, wat dan de (hoofd)oorzaak kan zijn van slecht koelen. Deze oorzaak komt misschien wel meer voor dan u denkt!
Globaal kan worden aangehouden dat een koelkast ongeveer 250 g gas per dag verbruikt. Besluit u om gas te gebruiken dan moet u er zich, zeker bij een lang verblijf, wel van overtuigen dat er in de buurt gas gevuld kan worden.

Koelkast aansteken op gas
Ook de koelkast is beveiligd tegen uitwaaien van de gasvlam. Tijdens het aansteken moet deze beveiliging worden overbrugd door het vrijmaken van de omloopleiding. Hiervoor is een speciale knop aangebracht. De werking van de beveiliging is beschreven bij het aansteken van het gaskomfoor. De wat duurdere kasten zijn voorzien van elektronische ontsteking, die automatisch de vlam weer ontsteekt wanneer die is uitgegaan.

De brander is aan de buitenkant van de koelkast aangebracht en zuigt de lucht aan door een opening in vloer en/ of buitenwand. We gaan er vanuit dat de fabrikant de koelkast correct heeft geïnstalleerd. De aangezogen lucht komt dus van buiten, de verbrandingsgassen gaan via een eigen afvoerrooster naar buiten. Door de knop in te drukken stroomt er gas uit de brander. Dat gas moet worden ontstoken. Hiervoor is een ontstekingsmechanisme aangebracht. Dit kan zijn: piëzo-ontsteking of elektronische ontsteking. De werking hiervan wordt uitgelegd bij de bespreking van de kachel omdat daarin eenzelfde soort ontsteking is verwerkt.

Of de vlam van de brander brandt, is bij de oudere koelkasten te zien via een onhandig klein gaatje onder in de achterwand van de koelkast. je hebt er bijna een vergrootglas voor nodig. Nieuwere kasten zijn uitgerust met een veel groter kijkoog. Doet, na herhaalde pogingen, het vlammetje het nog niet, dan kan de oorzaak ervan zijn dat er veel lucht in de leidingen zit. Als de vlam 10 tot 20 seconden brandt, kunt u de knop van de omloopleiding loslaten. Als het goed is, blijft het vlammetje branden en kan de regelknop in de gewenste stand worden gezet. Tip! Pak de avond voordat u vertrekt de koelkast vol met koude spullen (uit de koelkast van thuis dus) en zet hem 's nachts aan op 230 V. Als u de volgende ochtend vertrekt, blijft de koelkast heel lang op temperatuur.

Onderweg op gas
Volgens Electrolux is het alleen in Frankrijk en Australie verboden tijdens het rijden de koelkast op gas te laten werken. Dat is wel overal verboden bij tankstations en op veerboten. Omdat het in de praktijk moeilijk of niet mogelijk het gas af te sluiten voordat men bij een tankstation aankomt, moet sterk afgeraden worden met geopende gaskraan te rijden. Denk ook aan het gevaar dat ontnappend gas oplevert wanneer men bij een aanrijding betrokken raakt.

Storingen
Koelkast op gas:

Koelkast in de stalling
Maak de koelkast grondig schoon met een sopje van lauw water en zachte zeep. Maak hem goed droog en vergeet niet de rubberafdichting in te smeren met talkpoeder. Zet de deur in de 'wegzetstand' of 'antischimmelstand', dus op een kiertje.


Verlichting
Vroeger werd voor verlichting in het interieur veel gasverlichting toegepast, maar dat gebeurt tegenwoordig niet meer. Voor een enkele overnachting is het niet echt nodig 'aan de paal' te gaan staan, maar kan met mate 12 volt spanning van de auto worden betrokken. Bij gebruik van één lamp gedurende een korte periode heeft dat geen problemen voor de accu, zeker wanneer energiezuinige lampen zijn gemonteerd.
In standaarduitvoering is de caravan van een aantal lichtpunten voorzien. Goedkope caravans hebben meestal weinig lichtpunten. De meeste merken rusten hun caravans uit met lichtpunten die werken op zowel 12 V als 230 V. In het algemeen zal een Engelse caravan meer zijn afgestemd op 12 volt gebruik dan een Duitse wagen.
Als u een nieuwe caravan heeft gekocht, gebruik hem dan eerst een weekend. Daarna kunt u het best beoordelen of het aantal lichtpunten moet worden uitgebreid of dat lampen op een andere plaats gewenst zijn. Voor de wandcontactdozen (stopcontacten) geldt hetzelfde. Vaak zitten ze op de verkeerde plaats en meestal zijn er te weinig. Overigens, het knutselen met elektriciteit vinden wij zo belangrijk dat er een speciaal hoofdstuk aan is gewijd.

De afzuigkap
In luxe caravans is vaak een afzuigkap aanwezig. De afgewerkte lucht is door de korte afvoer snel buiten. Toch moet u geen wonderen van de afzuigkap verwachten, aangezien de capaciteit veelal niet is overbemeten. De beste methode is nog steeds ventileren via het keukenraam en het dakluik.

Het koffiezetapparaat
Handig is het om in de caravan een koffiezetapparaat mee te nemen. Onderweg heeft u er niets aan, maar eenmaal op de camping aangekomen is het toch wel handig. Een probleem op veel campings is dat de maximale stroomsterkte die kan worden afgenomen vaak beperkt is (bijvoorbeeld zo'n 4 ampère). Het gevolg: doorslaan van de stoppen met alle gezeur vandien. Let erop bij de aanschaf van een koffiezetapparaat dat het niet te veel vermogen vraagt (bij beschikbaarheid van 4A maximaal 4*230 = 920W).

Andere apparaten
Er zijn meer apparaten die handig of/en gewenst kunnen zijn in de caravan. En als 10 of meer Ampère beschikbaar is, leveren apparaten tot 2300W geen probleem. Is er minder beschikbaar, bijvoorbeeld 4 A, dan zijn een waterkokertje (900W), een oventje (650W), een bak/grill-plaatje (800W), alle apparaten van max 920W geen probleem zolang ze niet tegelijk gebruikt worden. Algemeen: als X Ampère beschikbaar is, dan zijn apparaten tot 230*X Watt bruikbaar. Hou wel rekening met de andere schijnbaar permanente stroomvragers zoals koelkast, boiler. Als u toch bijvoorbeeld een Senseo-apparaat (1450W), elektrische wok (1300W), e.d. zou willen gebruiken terwijl de geleverde ampères daarvoor niet voldoende zijn, dan kunt u een hulpmiddel ( WattController ) inzetten dat er voor zorgt dat het apparaat niet meer ampères krijgt dan u instelt. Een apparaat zoals genoemd doet z'n werk dan toch, maar trager.


Ventilatie en verwarming
In de zomer, bij verblijf in een warm land, vormt ventilatie nauwelijks een probleem. De meeste ramen en dakluiken staan open en de tijd dat u binnen zit, is minimaal. Het belangrijkste probleem is dan hoe de insecten buiten de deur te houden. Moderne caravans hebben voor de openslaande ramen en het dakluik zogenaamde combihorren; een combinatie van rolgordijn en muggenhor. Is de caravan er niet mee uitgerust, dan kunnen deze horren ook naderhand aangebracht worden. Voor de deuropening komt een vliegengordijn of, en dat is effectiever, een hordeur. Tip. Bij caravans die zijn uitgerust met ringverwarming met airmix, kan de ventilator in de zomer worden gebruikt om iets koelere lucht van onder de caravan in het interieur te blazen.

In het voor- en naseizoen
Ventilatie kan een probleem zijn bij kamperen onder kille omstandigheden. Dat kan zijn in het voor- of naseizoen maar natuurlijk ook in de zomer als het weer te wensen overlaat. Dan zit iedereen binnen en blijven de ramen meestal ook dicht. Het volume van een caravan is natuurlijk beperkt. Daarom is het maar goed dat dakluiken altijd nog enige frisse lucht binnenlaten, ook al zijn ze gesloten. Soms draagt ook een deurrooster bij aan de permanente ventilatie.
Voor een gezond verblijf in de caravan is het nodig dat de lucht voortdurend wordt ververst. Dat voorkomt ook condensvorming. Op koude plaatsen is het eerst condensatie waar te nemen. is er geen ventilatie dan wordt de lucht steeds vuiler. De zuurstof in de lucht wordt in het lichaam van mens en dier omgezet in kooldioxide. Wanneer het kooldioxidegehalte in de caravan een waarde van 4% heeft bereikt, dreigt er levensgevaar. Voordat het zover is gaat er een raam of deur open, ook al is het koud buiten. Blijft de natuurlijke ventilatie onvoldoende dan kunt u overwegen in het dakluik een ventilator te monteren.

Verwarming
In caravans worden alleen nog kachels gebruikt die werken op gas (propaan/ butaan). in negen van de tien gevallen gaat het om een kachel die werkt volgens het principe van luchtverwarming. De eigenschappen van de verschillende gassoorten worden apart behandeld. Hier gaat het om de werking en de bediening van een gaskachel. In de meeste gevallen is de kachel in het midden van de caravan gemonteerd onder de hangkast. Ook al heeft de caravan niet de ideale vorm om deze gelijkmatig te verwarmen, de kachel heeft meestal zoveel capaciteit en de ruimte is zo klein, dat het heel snel erg warm kan worden. Voor gebruik van de caravan in voorseizoen, zomer en naseizoen, voldoet de kachel dus zonder meer.
NB. Is elektriciteit beschikbaar, dan is de caravan ook heel goed comfortabel te krijgen met een keramisch elektrisch kacheltje van 500/1000 Watt. Ervaring heeft geleerd dat de stand 500 W een caravan van 4 à 4,5 m inwendige lengte voldoende is. Een beschikbaar amperage van 4A volstaat dus.

Anders wordt het bij wintergebruik. Een gaskachel zuigt buiten lucht aan en voert de verbrandingsgassen af via een schoorsteen. Het is een misvatting te denken dat het aansteken van een ingebouwde gaskachel bijdraagt tot de ventilatie omdat hij verse lucht aanzuigt in het interieur. Dat is pertinent onjuist. Gelukkig komen de verbrandingsgassen ook niet in het interieur, want dat zou erg slecht zijn. Het komt nog wel eens voor dat in een caravan zonder verwarming of in een caravan waarvan de kachel kapot is, de gasbranders van het kooktoestel worden aangestoken om het interieur te verwarmen. Dit is sterk af te raden, ook voor een korte periode. Bij een langere periode kan het zelfs levensgevaarlijk worden. De gaspitten zetten de aanwezige zuurstof om in kooldioxide en reeds eerder is betoogd dat dit levensgevaarlijk is. Reeds lang voordat de zuurstofconcentratie gevaarlijk laag is, is de kooldioxideconcentratie gevaarlijk hoog geworden. Gelukkig reageert het menselijk lichaam daar wel op en signaleert dat er iets niet in orde is.
Veilig zijn alleen kachels met een afgescheiden verbrandingsruimte. Ze onttrekken de zuurstof uitsluitend aan de buitenlucht en de verbrandingsgassen gaan rechtstreeks naar buiten. Dat laatste kan op verschillende manieren gebeuren, door de vloer, door de zijwand of door het dak.

Kachel aansteken
De procedure is gelijk aan die bij de koelkast. Tegenwoordig komen twee typen ontstekingen voor: de elektronische en de piëzo-ontsteking. De automatische elektronische ontsteking geeft constant een vonk wanneer de regelkraan uit de nulstand wordt gedraaid. Twee batterijtjes van 1,5 V zorgen voor de voeding van de ontsteker. De piëzo-ontsteking geeft pas een vonk wanneer u het element met de hand indrukt, d.w.z. wanneer de bedieningsknop wordt ingedrukt. De automatische ontsteking als belangrijke voordeel dat bij het uitwaaien van de kachel de ontsteker automatisch in werking treedt. En als de gasvoorraad op is, is dat meteen te horen aan het tikken van de ontsteking.

Nuttige tips

Storingen
Voor het goed functioneren van de kachel is een aantal zaken van belang:

Is er één aspect niet in orde, dan brandt de kachel niet of slecht. Om met het laatste te beginnen, bij slecht branden moet de oorzaak worden gezocht in een verkeerde luchtgasmengverhouding. Controleer brander, waakvlam, luchtaanvoer, verbrandingsgasafvoer en gasdruk. Als de kachel niet wil gaan branden, moet u controleren of er gas uit de brander komt en of er een vonk overspringt. Controleer als er geen vonk is de hoogspanningsaansluiting, de massa-aansluiting, de elektrodenafstand van de bougie en kijk of de bougie niet nat is. Bij de ontstekingsautomaat moet worden gecontroleerd of de batterijen goed zijn en of de contacten schoon zijn. Bovendien moet worden gecontroleerd of de microschakelaar in de regelknop werkt.
Als er geen gas uit de hoofdbrander komt maar wel uit de waakvlambrander bij het indrukken van de omloopknop, ligt de oorzaak bij het thermokoppel. Dat is dan òf kapot òf niet goed geplaatst.

Kachel en boiler
In campers wordt al op grote schaal gebruik gemaakt van de nieuwste Truma-oplossing, de 'C', een combinatie van kachel en boiler. We verwachten deze in de naaste toekomst ook in duurdere caravans aan te zullen treffen. Belangrijkste voordeel: compacter en lichter dan een afzonderlijke kachel en boiler. Er is bovendien makkelijker een plaats voor te vinden.


Wintersport
Zelfs in de begintijd van de caravan waren er al enthousiastelingen die ook 's winters gebruik maakten van hun caravan. Dat vereiste veel improvisatievermogen aangezien de caravanfabrikanten er absoluut geen rekening mee hielden. Tegenwoordig is dat wel anders. Vrijwel elke moderne caravan is geschikt of geschikt te maken voor wintergebruik. Natuurlijk zijn er verschillen, zoals je ook 3- en 5-sterrenhotels hebt. In Nederland gaat naar schatting 5% van de caravanners ook naar de wintersport met hun wagen. In Scandinavië liggen die percentages aanzienlijk hoger. Geen wonder dat caravanbouwers in die landen veel meer rekening houden met wintergebruik. je ziet dat ook duidelijk aan de daar gebruikte producten zoals Polar, Cabby, Kabe, Solifer en SMV. Op een enkele uitzondering na zijn producten uit de overige Europese landen minder uitgesproken wintercaravans, wat overigens bepaald niet wil zeggen dat je er niet probleemloos mee naar de wintersport kunt. Mits aan een aantal eisen is voldaan. In het algemeen geldt dat een wintercaravan niet te klein moet zijn en over flink wat bergruimte en laadvermogen moet beschikken.
Bij caravans zoals ze de laatste decennia worden gebouwd, is de isolatie voldoende voor wintergebruik. Natuurlijk zijn er verschillen, maar die resulteren voornamelijk in een wat lager gasverbruik. Ook in een 'normaal' geïsoleerde caravan hoef je in de winter beslist geen kou te lijden. Dubbele ramen zitten al jaren in elke caravan.
Verschillende verwarmingssystemen zijn mogelijk.
Zo is daar de vloeistofverwarming, een fraai en heel comfortabel systeem.
Marktleider was hier Primus, daarnaast wordt Alde gebruikt. Zowel Alde als Primus zijn overgenomen door het Duitse Truma. Truma heeft een sanering van de modellen doorgevoerd waardoor de Primus-modellen (de 2590 serie en de Aquaflex) niet meer gemaakt worden. Alle Scandinavische caravans, de Kip Hyline en de Adria C-serie hebben nu een Alde vloeistofverwarming. Vloeistofverwarming komt u ook tegen in de oudere modellen van Award en is bij andere merken tegen bijbetaling soms te leveren.
Vloeistofverwarming lijkt het meest op de verwarming thuis. Met een ketel (in de disselbak of in een bankkast) die de vloeistof (vroeger water + antivries) verwarmt, en een pomp die de verwarmde vloeistof transporteert naar convectoren. Omdat de warmte is opgenomen in de vloeistof, blijft deze lang bewaard. Een bijkomend voordeel is dat op het systeem vrij eenvoudig een warmwaterboiler kan worden aangesloten. Bij de nieuwste Alde en Primus modellen zit de boiler zelfs ingebouwd. Daarnaast werken deze systemen ook vaak op elektriciteit. Afhankelijk van de beschikbare aansluiting kan het verwarmingselement 1000 of 2000 Watt (bij)verwarmen waarbij pas de gasbranders worden bijgeschakeld als de ketel meer vermogen nodig heeft. In de Scandinavische modellen kunnen de radiatoren worden uitgebreid met vloerverwarming. Onder de vloerbedekking ligt dan een metalen plaat met daar tegenaan enkele leidingen waardoor de warme vloeistof stroomt. Op deze manier wordt de vloer verwarmd waardoor een zeer gelijkmatige warmteverdeling ontstaat. Omdat de ketel geen waakvlam heeft, maar geheel thermostaat-geregeld is, kan bijvoorbeeld overdag het systeem gewoon aanblijven zonder dat het warmte afgeeft. Pas als het kouder wordt, slaat automatisch de kachel aan. In winterse omstandigheden kunnen deze systemen ook tijdens het rijden gewoon aan blijven, hoewel het natuurlijk niet echt verstandig is om met geopende gasflessen te rijden (in sommige landen zelfs verboden). Het systeem heeft ook nadelen: het duurt vrij lang voor de caravan op temperatuur is, het systeem is duur en relatief zwaar. Het is door een doe-het-zelver niet eenvoudig aan te brengen. Bankkasten moeten met een dubbele bodem worden uitgerust en achter de rugkussens moet voldoende ventilatie zijn.

Vloeistofverwarming in uw caravan/camper is ook mogelijk door het vloeistofverwarmingspakket HelmoTherm 3 aan uw luchtkachel toe te voegen. Dit systeem wordt aangesloten op alle type`s ( S-E en C serie) Truma-luchtkachels, waardoor diverse mogelijkheden en combinaties van het verwarmen van de caravan ontstaan (inclusief warmwatervoorziening). Achterop of achter de kachel wordt een warmtewisselaar geplaatst die de vloeistof verwarmt. Door middel van een 12 volt pomp wordt de vloeistof door de convectoren rondgepompt. HelmoTherm 3 kan ook achteraf worden ingebouwd en werkt in combinatie met de heteluchtverwarming. De combinatie lucht- en vloeistofverwarming heeft vele voordelen, één daarvan is een snelle opwarmtijd van de caravan. Een handige doe-het-zelver kan het HelmoTherm 3-systeem zelf aanleggen, terwijl het op termijn mogelijk mee kan verhuizen naar de nieuwe caravan.

Verreweg het meest gebruikt is de luchtverwarming. Een gaskachel verwarmt lucht, die vervolgens door een ventilator (12 of 230 V) en een slangensysteem (ringverwarming) door de caravan wordt verspreid. Het omloopsysteem of ringverwarming is absoluut nodig om een goede warmteverdeling door de caravan te krijgen, m.a.w. om te voorkomen dat straks iedereen met een rood hoofd en steenkoude voeten zit. Bovendien voorkomt de goede warmteverdeling condensvorming. Een geroutineerde doe-het-zelver kan het systeem zelf aanleggen. Voor een optimale verwarming van wanden en vensters is een aanvulling mogelijk met wat Truma 'Isotherm' noemt. Het bestaat simpel gezegd uit een extra luchtbuis met daarop een dunne buis voorzien van gaatjes, waaruit lucht komt die is gericht op de ruimte achter de afstandschotjes. Het nieuwste systeem maakt gebruik van speciale tussenstukken met luchtspleten. In beide gevallen wordt een zgn. Airmat gebruikt, een kastje met kleppen waarmee de lucht in de gewenste richting kan worden gestuurd. Voor grote caravans wordt soms een extra ventilator halverwege het buizenstelsel opgenomen (Multivent). Met het oog op een dik pak sneeuw is het verstandig de kachelschoorsteen op het dak te verlengen. Daarvoor zijn speciale verlengstukjes in de handel.

Meer gegevens en tips over kamperen in de winter zijn te vinden op www.winterkamperen.nl.

Vloerverwarming
Vloerverwarming behoort ook tot de mogelijkheden om het comfort te verhogen. Deze wordt in de modernere caravans soms al ingebouwd in de vloer. Maar voor wie dat niet heeft is "warmtefolie" te verkrijgen voor doe-het-zelvers. Voor niet-klussers zijn er losse "warmtetapijten" in de handel. Zelfs een elektrische deken onder de vloerbedekking kan volgens fabrikant Inventum in beginsel dienst doen als vloerverwarming. Alleen past dat natuurlijk niet en moet men wel voorzichtig zijn met scherpe indrukken, zoals van tafelpoten. Voor de handige doe-het-zelver zijn er meer mogelijkheden. Zie
Vloerverwarming in de rubriek Tips.

Verbruik
De verwarming verbruikt gas en/ of elektriciteit. De hoeveelheid is van zo veel factoren afhankelijk dat daarvoor moeilijk een norm is te geven. U mag er van uit gaan dat de fabrikant van de caravan een kachel heeft geplaatst die voldoende warmte kan leveren. Hoeveel energie dat gaat kosten, hangt af van o.a.:

Camping reserveren
De meeste campings zijn 's winters gesloten. In de wintersportgebieden zijn er veel campings die het hele jaar door geopend zijn, maar daarop is meestal beperkt plaats door een enorm aantal vaste standplaatsen. Gelukkig komen er elk jaar meer wintercampings bij. In de winter kunt u beter niet op de bonnefooi gaan. Indien u tijdens het hoogseizoen wilt gaan, dat is in de kerstvakantie of krokusvakantie, dan moet u in de zomer beginnen met het aanschrijven van de door u uitgezochte camping; beter te vroeg dan te laat.
Wintervaste campings zijn meestal vrij prijzig omdat ze meer voorzieningen hebben. Vooral het sanitair moet pico bello zijn en de gebouwen moeten flink worden verwarmd. Meestal is er bij de camping een restaurant.

De reis
Dat de auto in goede conditie moet zijn, spreekt natuurlijk vanzelf. Laat de samenstelling van de koelvloeistof controleren, houd rekening met temperaturen tot -30'C. Dit geldt trouwens ook voor de vulling van de ruitensproeier. Sneeuwkettingen horen erbij, dat is logisch, maar het is sterk aan te raden ook winterbanden te laten monteren.
U gaat naar de sneeuw dus de kans is groot dat er onderweg, met de caravan erachter, ook sneeuw valt. De situatie is meestal zo dat er dan te weinig sneeuw ligt om de kettingen om te leggen, maar te veel om veilig met de zomerbanden te kunnen rijden.
De keus voor wel of geen winterbanden wordt natuurlijk voor een belangrijk bepaald door het gebied waar u naar toe denkt te gaan. Het belangrijkste verschil tussen normale banden en winterbanden zit in het profiel (dat van winterbanden is veel grover) en in de samenstelling van het loopvlakrubber. De profieldiepte is erg belangrijk.
Bij nieuwe sneeuwbanden is die ongeveer 10 mm, bij normale banden 8 mm. Een profieldiepte van 4 mm is minimaal noodzakelijk voor het rijden onder winterse omstandigheden. Bij sommige grensdoorlaatposten kijkt men 's winters erg kritisch naar de banden.
De huidige generatie winterbanden zijn nu ook beter geschikt voor de Nederlandse winter. Door speciale rubbermengsels en toevoeging van o.a. silica zijn tegenwoordig deze banden uitstekend toepasbaar tijdens regen. Absoluut een aanrader dus. Bedenk dat de zomerbanden bij gebruik van winterbanden minder snel slijten: in veel gevallen kan men ze voor een geringe vergoeding opslaan bij de bandenhandel. Tip. Overweegt u aanschaf van lichtmetalen velgen, laat dan de winterbanden monteren op de originele stalen exemplaren. De kans dat door gebruik van sneeuwkettingen dat lichtmetaal beschadigd wordt is niet ondenkbaar en u kunt volstaan met twee keer per jaar alleen de wielen wisselen. Tip. Winterbanden altijd grofweg één maatje smaller, of twee maatjes smaller en dan één maatje hoger. Ruimte in de wielkast wordt hiermee groter voor montage van kettingen en smallere banden hebben een grotere druk per cm2, wat effectiever is in sneeuw en regen.

Tips
Voor uw reis hebben wij de volgende tips:

Op de camping
Probeer bij daglicht op de camping aan te komen. Het opstellen en aansluiten van de caravan is toch iets ingewikkelder dan in de zomer. Is de camping reeds in sneeuwtooi gehuld, dan is het niet eenvoudig een plaatsje uit te zoeken om de caravan neer te zetten. Tenslotte weet u niet wat er onder de sneeuw zit. Op de meeste campings wordt dit voor u geregeld. Soms is er een vlakte platgewalst, dat verschilt per camping. U krijgt een plaats toegewezen en de caravan wordt door een trekker naar de bestemming gebracht.

Waterpas zetten
Het waterpas zetten van de caravan is reeds beschreven, maar hoe moet dat in de sneeuw? U kunt twee dingen doen. Ziet het ernaar uit dat het de hele vakantie blijft vriezen, dan kunt u de sneeuw beschouwen als ondergrond en hierop de caravan waterpas zetten. Gaat het dan toch dooien en staat u op een helling, dan is de kans groot dat er enige verschuivingen plaatsvinden of dat de caravan op stap gaat. De beste manier is om contact te zoeken met de vaste ondergrond. Lukt dit niet omdat het pak sneeuw te dik is, zorg er dan toch voor dat er voldoende stenen voor de wielen liggen, zodat er niets kan gebeuren.
Tip. Doe een plastic zakje om de plankjes. Ze vriezen gegarandeerd vast en op deze manier kunt u ze makkelijk bevrijden van de harde ondergrond.

Elektriciteit aansluiten
Wintercampings hebben gelukkig een aan de omstandigheden aangepaste stroomaansluiting. Dat betekent dat u er in noodgevallen ook een kleine elektrische straalkachel kunt inschakelen zonder dat de stoppen doorslaan. Voor alle zekerheid kunt u zo'n kacheltje meenemen.
Omdat het stroomverbruik per kampeerder sterk zal verschillen hebben veel campings een aparte meter per aansluitpunt en moet de afgenomen stroom worden betaald. Zeker in de winter moet u dik rubberen elektriciteitskabel gebruiken, dat is beter tegen de kou bestand; plastic wordt hard. De elektriciteitskabel moet door de sneeuw naar de kast, daar zit niets anders op. Ingraven van de kabel is niet aan te raden. Dit gebeurt meestal al vanzelf door het warm worden van de kabel (temperatuur vaak hoger dan nul graden Celsius).
Om vastvriezen van de kabel te voorkomen, is het aan te bevelen deze dagelijks even los van de grond te trekken. U voorkomt hiermee dat de kabel te ver in de sneeuw zakt en zodanig vastvriest dat u deze moet afschrijven. Zijn er hekjes of andere mogelijkheden in de buurt, gebruik dan deze mogelijkheid om het snoer van de grond naar de stroompaal te voeren. Het over de weg laten lopen van de kabel is niet aan te raden i.v.m. kans op schade door sneeuwkettingen. Gebruik ook in dit geval de bomen om het snoer naar de overzijde te geleiden.

Gas
Het gasverbruik is tijdens een wintersportvakantie vrij hoog. Per dag moet u rekenen op ongeveer 3 kg. Dit zal van geval tot geval anders liggen. Neem bij vertrek twee volle flessen van 6 kg mee. Dit is voldoende voor onderweg. Huur ter plaatse een grote gasfles. Op wintercampings is alleen propaan te koop, zodat u zich daarover geen zorgen hoeft te maken, zie ook het hoofdstuk over gas.
Regelaar bevriest: wordt een nieuwe gasfles aangesloten, dan kan daarin wat vocht zitten. Komt dit vocht in de verdamper/ drukregelaar, dan kan het bevriezen. Hierdoor bevriest de drukregelaar en stroomt er geen gas meer. De verdamper moet worden verwarmd. Hiervoor is een speciaal element (de zgn. Ice-Ex).te koop dat werkt op 12 V.