Gebruik van een caravan
Zelfs de eenvoudigste caravans hebben tegenwoordig een hangkast, bergruimte en bovenkastjes. Ook hebben de meeste nieuwe caravans een gaskomfoor en koelkast. Maar hoe gaat u precies om met die apparaten? En welke eisen kunt u stellen aan het interieur? Dit hoofdstuk beantwoordt die vragen en geeft informatie over kampeerlocatie, ventilatie en wintersport.
Waar kamperen?
Zeker in Nederland, maar ook steeds meer in het buitenland, bent u niet
meer vrij om te gaan en staan met de caravan waar u wilt. Wat mag en
wat niet mag is in Nederland vastgelegd in de 'Wet op de
openluchtrecreatie', die de 'Kampeerwet' heeft vervangen. De nieuwe wet
geeft aan de gemeenten meer mogelijkheden en bevoegdheden dan de
Kampeerwet voorheen. De uitvoering van de Wet op de openluchtrecreatie
berust bij de gemeenten, het adviesorgaan voor de overheid inzake
openluchtrecreatie, is de 'Raad voor de Openluchtrecreatie'.
De nieuwe wet gaat uit van een algemeen kampeerverbod. Buiten
officiële campings (met vergunning) mag niet gekampeerd worden.
Wie toch vrij wil staan heeft toestemming nodig van de eigenaar van de
grond, die op zijn beurt weer vrijstelling of ontheffing van het
gemeentelijk kampeerverbod nodig heeft.
Er zijn vele campinggidsen waarin verzamelingen campings beschreven
staan. Ook op het WereldWijde Web zijn campinggidsen.
Kamperen in Nederland
Campings zijn in Nederland bepaald niet dun gezaaid. Er is keus uit
meer dan duizend officiële terreinen. Er zijn diverse
Campinggidsen te koop, waarin u van tevoren kunt uitzoeken welke
camping u aanspreekt. Door contacten met medekampeerders kunt u vaak
goede tips krijgen over campings in streken waar u nog niet bent
geweest. In het algemeen zal u, om in het hoogseizoen een plekje op een
favoriete camping te kunnen bemachtigen, moeten reserveren.
Natuurkampeerterreinen
Ruim honderd campings in Nederland vallen in de categorie
'Natuurkampeerterreinen'. Om er te staan hebt u een
'Natuurkampeerkaart' nodig. Deze meestal kleine kampeerplaatsen liggen
wat afgelegen in een bos of natuurgebied en hebben beperkte
voorzieningen. Er is in elk geval stromend water en een toilet, soms
een (warme) douche.
Landgoed- en kasteelcampings
Een aantal van deze campings wordt beheerd door Staatsbosbeheer.
Verenigd in de Vereniging Nederlandse Landgoed- en Kasteelcampings
(LKC) hebben eigenaren hun bezittingen opengesteld voor kampeerders.
Het kunnen zowel algemene campings als natuurkampeerterreinen zijn. De
vereniging heeft een webstek.
Minicampings
Er zijn nogal wat grondeigenaren in landelijke gebieden die beperkte
gelegenheid bieden om op hun grond te kamperen met tent of toercaravan.
Als maximum voor dit 'kleinschalig kamperen', vroeger meestal aangeduid
met 'kamperen bij de boer', geldt 15 kampeermiddelen.
Er zijn 2 organisaties van minicampings:
CampingCheque en CampingCard
Voor degenen die in voor- en/of naseizoen op pad gaan, kunnen de verschijnselen CampingCheque en CampingCard interessant zijn.
Camping Card International (CCI)
Op een camping moet, bij aanmelding, meestal een identiteitsbewijs
worden afgegeven. In het buitenland vraagt men al gauw naar een
paspoort. Omdat u dit eigenlijk beter niet af kunt geven is het
verstandig een Camping Card International (Ook wel Kampeercarnet
genoemd) in uw bezit te hebben. Een paspoort hebt u soms nodig om geld
te wisselen en er kan ook naar worden gevraagd in het kader van de
nieuwe identiteitsplicht (v.a. 1-6-94). Met de CCI kunt u op campings
heel goed terecht. De houder van een CCI ontvangt bovendien een zgn.
kortingwijzer, waarmee, zoals de naam al zegt, in bepaalde situaties
korting kan worden verkregen. Soms ook op campings. Aan de CCI is ook
een WA-verzekering verbonden tegen Wettelijke Aansprakelijkheid voor
schade aan derden op kampeerterreinen. De CCI is o.a. verkrijgbaar bij
de ANWB, bij de Nederlandse CaravanClub, ....
Vaste standplaats
De toercaravan is gemaakt om mee te toeren, dat is duidelijk. Toch
gebruiken veel mensen de toercaravan als tweede huisje, ook al heeft
deze veel minder ruimte dan een stacaravan. De reden moet gezocht
worden in de veel lagere kosten. Een toercaravan, waarmee de halve
wereld al is rondgereden, is niet veel meer waard. Op een vast stekkie
op een camping kan zo'n oude toercaravan nog jaren mee. Rond een
seizoenplaats kunnen met de beheerder van een camping problemen
ontstaan over bijvoorbeeld verkoop of tariefsverhogingen. Het grote
voordeel van een toercaravan is dat deze onmiddellijk verplaatsbaar is
bij te hoog oplopende meningsverschillen.
Een combinatie van toeren en staan komt ook voor. In de zomermaanden
wordt de caravan gebruikt om mee op vakantie te gaan, de rest van de
tijd staat hij op een vaste plaats op een camping. Zo kan er ook in de
weekenden gebruik van worden gemaakt of kan de caravan enige weken
worden verhuurd. De caravan wordt optimaal gebruikt als deze in de
winter in een wintersportgebied op een wintercamping wordt geplaatst om
hem vervolgens in de zomermaanden weer in eigen land en voor de
zomervakantie dienst te laten doen.
Overnachten op parkeerplaats
De één vindt dat het einde, voor de ander is het bijna
het einde. Roofovervallen komen helaas steeds meer voor. Het is
natuurlijk erg praktisch om, onderweg naar een ver bestemmingsoord, op
een parkeerplaats te overnachten. Een nadeel is dat drukke
parkeerplaatsen meestal erg rumoerig zijn, door telkens weer aankomende
en vertrekkende vrachtauto's, terwijl op stille parkeerplaatsen enige
angst voor overvallen niet helemaal misplaatst is. Bovendien is het in
het hoogseizoen op een drukke parkeerplaats vaak een bende. Wie van een
goede nachtrust wil genieten, doet er beter aan een nabijgelegen
camping op te zoeken. Het kost iets meer tijd maar het is tenslotte
vakantie. In de Kampeer en Caravankampioen wordt jaarlijks (in
één van de voorjaarsnummers) een kaart bijgesloten waarop
campings langs de vakantieroutes staan aangegeven. Tip! Neem voor een
verblijf van één nacht op een camping geen stroom. De
koelkast doet het prima op gas en u bent 's morgens sneller weer weg.
In het wild
Voor de liefhebber is dat het mooiste wat er is, alleen in de vrije
natuur. In landen waar veel ruimte is en weinig mensen, wonen, zoals
bijvoorbeeld Zweden, kan het ook. Ligt de plek, waar u van plan bent de
nacht door te brengen, dicht bij de bewoonde wereld, dan is het
verstandig even uit te zoeken of de eigenaar van de grond in de buurt
woont. Vooral als het de bedoeling is langer dan één
nacht te blijven.
Caravan stellen
Afkoppelen lijkt en is een eenvoudige zaak, tenminste op een vlak
terrein. Trek de stekker uit de contactdoos op de trekhaak. Maak de
handrembreekkabel los. Laat het neuswiel zakken door de
grof-verstelling los te draaien en zet deze weer vast zodra het
neuswiel op de grond rust. Veelal is het beter het neuswiel niet
helemaal tot op de grond te laten zakken met de grof-verstelling, maar
voor het laatste stuk de fijn-verstelling te gebruiken. Dan kan bij het
in lengterichting horizontaal stellen, als de voorkant moet zakken, de
fijn-verstelling nuttig werk doen, en het voorkomt ev. een probleempje
bij het later aankoppelen.
Maak de pal van de koppeling los (meestal door indrukken) en draai de
slinger van het neuswiel (de fijn-verstelling) zo ver dat de koppeling
omhoog komt. Trek gelijktijdig de handel van de koppeling omhoog en de
caravan is afgekoppeld. Vergeet niet eerst de handrem aan te trekken of
blokken voor de wielen te leggen als de caravan schuin staat.
Waterpas stellen
Wat bij de meeste caravans nooit mag: de caravan waterpas zetten met
behulp van de uitdraaisteunen.
Er is maar één goede manier om de caravan in
dwarsrichting waterpas te zetten en dat is door het laagst gelegen wiel
op gelijke hoogte te brengen met het andere wiel. Een waterpas is
hierbij onontbeerlijk. Staat de caravan, evenwijdig met de as gezien,
waterpas, dan kan hij vervolgens eenvoudig, door middel van het
neuswiel, in lengterichting gezien waterpas worden gezet.
Als laatste worden de uitdraaisteunen tot de grond uitgedraaid. Het
grootste gewicht van de caravan blijft op de as rusten, de steunen doen
waarvoor ze gemaakt zijn, ze ondersteunen. Op drassige ondergrond kan
het beste een plankje onder de steunen worden geplaatst. Neem deze mee
van huis en berg ze op in de disselbak.
Er is een aantal mogelijkheden om het laagste wiel omhoog te krijgen:
Van de laatste methode zal de campingbeheerder niet zo gecharmeerd zijn.
In de rubriek Tips staan een aantal practische opmerkingen van caravanners.
Banaan
De 'banaan' is een knap uitgedachte wig, gemaakt van gelaagd hout, die
door zijn vormgeving de wieldruk altijd loodrecht op de grond
overbrengt. Hoe verder de caravan erop wordt geduwd, hoe hoger het
desbetreffende wiel komt. Hiermee kan de caravan heel nauwkeurig
waterpas worden gezet. Een nadeel is alleen dat er altijd iemand nodig
is om aanwijzingen te geven. Rijdt u te ver door dan bestaat de kans
dat de banaan opwipt en de bodem van de caravan beschadigt. Een handige
doe-het-zelver kan zelf een 'banaan' maken. Dit gaat het beste door
enkele lagen hout over elkaar te lijmen en deze vervolgens met een
schaaf of vijl op de juiste maat te brengen. Klik voor bouwtekening 1, bouwtekening 1a, bouwtekening 2.
Wiggen
Er is een ruim aanbod van
kunststof wiggen. Net zoals bij de banaan, kunnen deze worden gebruikt
om onder het laagste wiel te plaatsen, waarna de caravan tegen de
helling van de wig moet worden opgeduwd (achterwaarts) tot de wielen
even hoog staan. Net als bij de banaan vraagt het om nauwkeurig
'mikken'.
Werkwijze voor banaan en wig
Leg banaan of wig achter het wiel en duw de caravan er achteruit
rijdend op. Als de juiste positie bereikt is, trek dan de handrem van
de caravan stevig aan en ontkoppel. De banaan moet net als de wig
achter het wiel, omdat de handrem de eerste halve meter
achteruitrijdend vaak niet goed werkt, maar vooruit wel.
Leveller
De leveller is een hulpmiddel waarmee een te laag wiel op eenvoudige
wijze omhoog kan worden gebracht. Al heel lang kennen we de
'Vanleveller', die bestaat uit een steunplaat voor het wiel en een
steunplaat voor de ondergrond. De beide steunplaten zijn aan de ene
kant met elkaar verbonden door middel van een scharnier. Aan de andere
kant zit een schroefas (spindel). Door een zwengel kunnen de beide
platen uit elkaar worden gedraaid. Het grote voordeel is dat de hoogte
eenvoudig kan worden nagesteld als de caravan wat is weggezakt. Nadeel:
het apparaat is zwaarder dan bijvoorbeeld een wig en ook nogal wat
duurder.
Een heel aantrekkelijke vorm van de leveller is die van Bulldog, de
Carleveller genoemd, evenals de Vanleveller bedacht door een Engelse
firma. Het voordeel van de Carleveller is dat de caravan hier niet
precies op een vrij kleine plaats hoeft te worden gereden. De
Carleveller lijkt het meest op een flinke wielklem die eenvoudig om het
(op de grond staande) wiel wordt geschoven. Vervolgens wordt het wiel
opgekrikt (wat soms HEEL zwaar kan gaan!) op een nagenoeg identieke
manier als bij de Vanleveller. Een prima apparaat, maar wel vrij zwaar
en groot.
Krik
Sommige caravans worden, net zoals auto's, voorzien van een kriksteun
en er wordt een krik bijgeleverd. Hiermee kan snel een wiel worden
verwisseld maar de krik is ook handig bij het waterpas zetten. Het is
eigenlijk heel merkwaardig dat niet elke caravan af-fabriek is voorzien
van krik en reservewiel, net als een auto.
Alko-krik
Alko heeft een speciale
krik op markt. Ook die is goed te gebruiken bij het horizontaal stellen
van de caravan. Ook kan hij goede diensten verlenen bij het verwisselen
van een wiel. De kriksteun kan na de montage van steunpunten op een
chassis van Alko gemakkelijk toegepast worden.
Hydraulisch stellen
Elke caravanbezitter kent het probleem: bij aankomst op de plaats van
bestemming de caravan op zijn pootjes zetten en als het even kan
horizontaal. Van "G"
Engineering heeft voor dit probleem een oplossing bedacht: "Level
& Lock".
Het is een op 12 Volt werkend hydraulisch systeem, dat bestaat uit twee
hydraulische steunen en een pomp. De twee steunen zijn vast aan de as
van de caravan verbonden en kunnen afzonderlijk aangestuurd worden, zij
kunnen een last van 1000 kg tillen. In de pompeenheid, zijn naast de
pomp, het reservoir, de elektrische schakeling en de ventielen
ondergebracht.
Het systeem is handig bij horizontaal stellen van de caravan, bij het
verwisselen van een wiel, in de stalling en het biedt een zekere mate
van beveiliging.
Het systeem is uit te breiden met een 'plus'-functie. Dat houdt in dat
ook de uitdraaipoten hydraulisch bediend worden.

Een vergelijkbaar hulpmiddel wordt geleverd door Ivra

Voortenten en luifels
Een aantal fabrikanten: AlmeloseTentenhandel, Dorema, Fortex, Gerjak, ten Hoope, van der Horn, Isabella, Walker.
Voortent of luifel?
De keus voor een luifel of een voortent is vooral een kwestie van het
gebruik dat van een caravan wordt gemaakt. Vervolgens moet u een keus
maken uit de verschillende materialen en kwaliteiten. Wie alleen
rondtrekt en niet meer dan één of twee overnachtingen op
dezelfde plek maakt, heeft meestal voldoende aan een luifel. Wie van
plan is om een langere periode op dezelfde plaats te blijven, zal
eerder voor een voortent kiezen. Een voortent, die rondom kan worden
afgesloten, kan dienen voor extra opslagruimte en is ook te gebruiken
voor extra slaapplaatsen. Hiervoor zijn speciale slaapcabines te koop.
Vooral wanneer kinderen mee gaan kan de voortent een uitkomst bieden.
Het nuttig oppervlak van de caravan kan, door middel van de voortent,
twee keer of meer worden vergroot. Wie een caravan heeft zonder
toiletruimte, kan overwegen een voortent te kiezen met een aparte
uitbouw die als toiletruimte dienst kan doen.
Katoen
Het van oudsher meest gebruikte tentdoek is katoen. Onder invloed van
regen krimpt het. Dit proces speelt zich af in de lengte- en
breedterichting van de banen en kan wel oplopen tot respectievelijk 2
en 3%.
Goed tentdoek is waterafstotend, maar het laat tevens lucht door, het
ademt. Als het geheel dicht, dus zonder poriën zou zijn, is
ventilatie niet mogelijk en treedt aan de binnenkant condensatie op.
Daarom wordt gesproken van waterafstotend en niet van waterdicht katoen.
Het doekgewicht is doorgaans voor de zijwanden 220 g/m2 of hoger en
voor het dak 280 g/m2 of hoger. Vaak wordt het gewicht verward met de
kwaliteit: hoe hoger het gewicht hoe beter de kwaliteit is een
misplaatste kreet. Bepalend voor de kwaliteit is de kwaliteit van
garens en het weefproces. Gladde garens zijn doorgaans beter dan
pukkelige garens. Een vierkant geweven doek zegt ook al wat over de
kwaliteit. Vierkant slaat op dezelfde hoeveelheid garens in lengte- en
breedterichting (ketting en inslag) en wordt uitgedrukt in een
hoeveelheid garens per cm2.
De waterafstotendheid van het doek is te danken aan de weefdichtheid en
aan het prepareren van het weefsel met een waterafstotend middel. Zodra
het katoen nat wordt, gaat het zwellen. Het doek trekt hierdoor dicht.
De behandeling met een impregneermiddel verhoogt de waterafstotendheid.
Na een tijdje neemt de waterafstotende werking af en moet het doek
opnieuw worden behandeld. Is het plaatselijk, dan kunt u het zelf doen
met een spuitbus. Gaat het om de hele tent, dan is een middel dat met
de kwast wordt aangebracht de beste oplossing.
Kunststof
Behalve katoen wordt ook veel synthetisch materiaal gebruikt. Ook
katoen dat aan één of twee zijden is overtrokken met een
beschermende laag kunststof komt veel voor. Zuiver synthetische
materialen zijn onder andere polyvinylalcohol (PVA), polyester en
acryl. Polyvinylalcohol ademt enigszins, is sterk maar duurder dan
polyester. Vaak wordt het nog van een PVC of polyurethaan-coating
voorzien en is dan geschikt voor tentdaken.
Acryl is ook wel bekend onder de naam Dralon. Zonder coating is er
sprake van enige ventilatie, maar alleen bruikbaar voor de wanden. Het
materiaal is sterk waterafstotend en laat pas bij hoge belasting water
door. Het is kleurecht, is goed bestand tegen schimmelvorming,
sneldrogend en bestand tegen chemicaliën. Polyester wordt alleen
met een PVC-coating toegepast (voorkomende merknamen zijn Trevira en
Dacroffl. Het heeft een enorme treksterkte en is zeer geschikt voor
seizoen- en sneeuwvoortenten.
Vensters
Voortenten worden meer en meer uitgerust met vensters. Deze zijn
gemaakt van plastic folie en volledig waterdicht. Het uitzicht wordt
hiermee vergroot en er valt meer licht in de tent. Dit is vooral
prettig bij somber weer.
Luifels
Luifels worden in het algemeen gemaakt van de lichtste kwaliteit
tentdoek, omdat ze meer gebruikt worden tegen de zon dan tegen de
regen. Bij zwaar noodweer kan de luifel het best worden afgebroken,
omdat de constructie daar vaak niet tegen bestand is. Natuurlijk zijn
er ook zware uitvoeringen van luifels te koop. Vaak gaat het dan om een
combinatie van luifel en voortent, waarbij alle onderdelen van de tent
afzonderlijk afritsbaar zijn. De luifel is gewoon het dak van de tent.
Het grote voordeel van een luifel is de snelheid waarmee deze kan
worden aangebracht.
Er zijn ook zgn. schuifluifels of driekwartluifels. op de markt.
Eén zijde (waar de wind vandaan komt) is dan dicht te maken.
Een bijzondere luifel is de 'zak-luifel'. De luifel hangt permanent in een zak aan de tentrail. De luifel bestaat uit een (holle) buis waar rond het dak opgerold wordt. In de buis is plaats voor de staanders. Het opzetten is zeer simpel en gaat heel snel. Vooral geschikt voor trekkers, als bescherming tegen regen/zon.
![]() Schuif-luifel |
![]() Zak-luifel |
![]() Terras-luifel |
![]() Dak-luifel |
![]() Hele-luifel |
![]() Panorama-luifel |
Het frame
Het tentframe is meestal van stalen buizen gemaakt. Een enkele keer
zien we ook frames van aluminium in een sterke harde legering. Het
voordeel hiervan is dat het lichter is en niet kan roesten. Bij stalen
buizen wordt het roesten beperkt door een galvanische behandeling of
door een moffellak. Het glasfiberframe is steeds meer in opkomst. Het
heeft vele voordelen. Het is sterk, licht en onderhoudsvrij. De
buismaten liggen tussen 20 en 28 mm diameter bij wanddikten van 1 tot
1,5 mm.
Frames worden steeds meer universeel gemaakt. Met universeel wordt
bedoeld dat elke hoofdverbindingsbuis past in een andere
verbindingsbuis en dat lengte van de twee buizen samen kan worden
afgesteld. Dat heeft grote voordelen bij de productie van de
tentframes, maar is bij het opzetten ook erg handig. Bij de productie
heeft het als voordeel dat met weinig typen frames veel verschillende
tenten kunnen worden gemaakt, bij het opzetten kan eerst de kleine vorm
van de tent worden uitgezet, waarna u stuk voor stuk de buizen kunt
stellen, zodat het tentdoek zich spant. Als het tentdak over een groot
oppervlak niet wordt ondersteund, kan zich daar een waterzak vormen.
Dat is te voorkomen door het aanbrengen van extra tentstokken, die de
doorzakkende plekken omhoog drukken.
Voortent opzetten
Van belang bij de
aanschaf van een voortent is of de omlooplengte van de tent klopt. Het
is erg vervelend als pas op vakantie blijkt dat er wat mis is. De
omloopmaat kunt u zelf gemakkelijk bepalen. Plaats de caravan op een
vlakke weg en zet hem in de 'kampeeropstelling' op de uitdraaisteunen.
Neem een dun maar niet rekkend stuk touw en zet daarop een merkteken
met een viltstift. Leg een steen op het stuk touw zodanig dat het
merkteken de weg raakt. De positie op de weg moet overeenkomen met de
loodlijn uit de uiterste punt van de caravan. Trek het touw door de
tentrail tot het de weg aan de andere kant van de caravan raakt. Zet
ook daar een merkteken op het touw en meet de afstand tussen de
merktekens.
Alternatief: Op de webstek van Ten Hoope (rubriek: Service) is een omloopmatendatabank beschikbaar.
De bevestiging van voortent of luifel aan de caravan
gebeurt via een tentrail. De rail moet goed schoon zijn, niet scherp en
vrij zijn van beschadigingen.
Tip! Gebruik siliconenspray om de rail te smeren.
Tip! Er zijn
apparaatjes verkrijgbaar die een te nauwe rail eenvoudig wat op kunnen
ruimen, als de tentpees iets te dik mocht zijn.
Trek de pees door de rail en de tent of de luifel zit vast aan de
caravan.
Tip! Als u van tevoren de wanden uit de voortent ritst, wordt de tent
lichter en kost het bevestigen minder moeite.
Er zijn nog wat hulpmiddeltjes die het aanbrengen van een tent
vergemakkelijken: sommige tentmerken hebben een trekoog aan de tentpees
vastgemaakt. Als je een lang touw aan dat oog knoopt, laat de pees zich
makkelijker door de rail trekken. Bij tenten zonder trekoog kan het
touw aan het afspanpunt naast de pees worden bevestigd. De luifelkatrol
is een uitvinding die het mogelijk maakt om alleen, zonder hulp, een
luifel of voortent aan de caravan te bevestigen. U plaatst het
katrolletje in een bovenhoek van de caravanrail en knoopt aan de luifel
of voortent een scheerlijn die door de katrol loopt. Op die manier kunt
u met de ene hand de pees in de rail voeren, terwijl met de andere hand
de scheerlijn en dus de tent wordt aangetrokken. Het dak wordt
gespannen met de nokstokken. Meestal zijn de nokstokken in de lengte
verstelbaar met vleugelboutjes of met verende snapsluitingen die in
verschillende gaatjes springen. Op plaatsen waar contact tussen stok en
doek mogelijk is, bestaat bij katoenen tenten kans op beschadigingen en
lekkages. De betere tenten zijn op die plaatsen versterkt met extra
stroken tentdoek. Op hoeken en bij bevestigingspunten moeten ook
versterkingen zijn aangebracht. De nokstokken worden meestal aan de
caravan vastgemaakt m.b.v bevestigingsogen. De nokstokken hebben aan
het uiteinde haken. Deze haken moeten in de bevestigingsogen vallen,
die in de caravanwand zijn geschroefd.
Verkrijgbaar zijn ook losse ogen. Ze worden in de rail gehaakt.
Het voortentmerk Isabella past een extra aangestikt tentkoord toe,
waarop oogjes zijn geplaatst. In die oogjes vallen de haken van de
nokstokken. Het merk Trio heeft de oogjes al vast aan de tentpees
bevestigd.
Nuttige tips
Voortent opbergen
De voortent moet kurkdroog worden opgeborgen. Het beste kunt u de
voortent niet in de caravan laten liggen als deze in de winterstalling
gaat. Leg de tent op een droog plekje bij u thuis, bijvoorbeeld op
zolder. Voordat u dat doet, moet u controleren of de tent nog in orde
is. Zitten er scheuren in het tentdoek of is er iets anders mis met de
constructie, dan heeft u de hele winter de tijd om dat te laten
herstellen. Doe het echter meteen. In het voorjaar hebben de meeste
ateliers het razend druk. Maak de tent goed schoon met een zachte
borstel, voordat u hem opvouwt. Blijven er dan vlekken achter dan is
dat jammer. Probeer vlekken niet te verwijderen met zeep of
oplosmiddelen. De kans dat de vlek er uit gaat is niet zo groot en u
weet in ieder geval zeker dat de tent op die plek niet meer waterdicht
is. is de tent door en door droog, rol hem dan losjes op. Laat de
ritssluitingen open en zorg ervoor dat de plastic vensters niet in een
scherpe vouw komen of op elkaar plakken.
Wintertenten
Wintervoortenten zijn veel kleiner dan de toer- of seizoententen. De
reden daarvoor is duidelijk: in de winter gaat u niet in de voortent
zitten. De sneeuwvoortent is bedoeld als luchtsluis tegen de koude wind
en om spullen in op te bergen. De sneeuwvoortent moet stevig zijn omdat
een pak sneeuw op het dak behoorlijk zwaar is. Het dak van een
sneeuwvoortent moet daarom onder een grote hoek staan, zodat de sneeuw
er zoveel mogelijk afglijdt. Een extra hulpstang voorkomt inzakken van
de tent bij zware sneeuwlast. Het materiaal waarvan de sneeuwvoortent
is gemaakt, is goed gecoat en waterdicht. Dit heeft helaas
condensvorming in de tent tot gevolg.
Bed bouwen
Bij de meeste caravans bestaat het bouwen van het bed uit het laten
zakken van de tafel en het omkeren en rangschikken van de kussens. Op
die manier is meestal een redelijk vlak bed te maken. Zet de
rugkussens, die tegenwoordig meestal wigvormig zijn, aan de boven- en
onderkant van het bed. Dan heeft u de minste last van het
hoogteverschil.
Een veel gehoorde klacht is vochtvorming onder de kussens, met name op
de tafel. Het is te voorkomen door een handdoek onder het kussen te
leggen. Er is ook speciale matten in de handel (Akwamat), waarmee goede
resultaten worden behaald. (Kijk ook eens de rubriek Tips.) Steeds meer
caravanmerken passen een lattenbodem toe voor de bedondersteuning
waarbij de kans op condens nihil is. Bovendien vergemakkelijkt een
lattenboden het bouwen van een bed. Een aantal caravanners gebruikt ook
in de caravan slaapzakken. Dat is praktisch en warm. Bovendien nemen
slaapzakken relatief weinig ruimte in beslag.
Wanneer met meer dan twee personen in een caravan wordt overnacht is,
met het oog op privacy, een afscheiding gewenst. Die kan bestaan uit
een schuifdeur of een vouwwand. Daarachter hebben kleine kinderen, die
vroeger naar bed gaan, ook een rustige slaapkamer. De belangstelling
voor vaste bedden neemt sterk toe. Daarmee wordt immers voorkomen dat
elke avond voor het slapen gaan een bed 'gebouwd' moet worden. Zelfs in
niet al te grote caravans (tot 4,50 m lang) worden oplossingen met
vaste bedden bedacht.
Bestek, serviesgoed en voorraad
Bestek, borden en pannen, u kunt het natuurlijk allemaal van huis
meenemen. Veel handiger is echter om een speciale uitrusting voor de
caravan te kopen, die in de caravan kan blijven liggen. Potten, pannen
en serviesgoed moeten licht, sterk en bij voorkeur onbreekbaar zijn. In
de accessoirehandel is een keur van dit soort artikelen te koop. Het is
even een uitgave, maar dit soort spullen gaat in het algemeen erg lang
mee. Over de manier waarop serviesgoed het best kan worden opgeborgen
lopen de meningen uiteen. In elk geval moet het zo gebeuren dat het
onderweg niet kan gaan schuiven en rammelen. Gelukkig bedenken de
fabrikanten ook steeds vaker praktische opbergmogelijkheden.
Etensvoorraden
Nederlanders staan er om bekend dat ze veel levensmiddelen meeslepen op
vakantie. Berucht was het 'mud aardappels' dat ons altijd zal blijven
achtervolgen. Maar aardappels of niet, Nederlanders nemen nog steeds
veel mee en u kunt zich afvragen of dat echt nodig is. Natuurlijk, een
'ijzeren voorraadje' voor de eerste dag op de camping en voor
noodgevallen, maar eigenlijk is veel meer meestal niet nodig. U kunt in
de meeste vakantielanden heel veel kopen, al zijn dat misschien niet
altijd dingen die u thuis ook eet. Maar is het juist niet aardig om ook
eens vreemde producten te proberen, die typerend zijn voor een bepaald
vakantieland? Neem behalve eten voor onderweg eventueel die artikelen
mee die in het land waar u naar toe gaat slecht van kwaliteit of niet
te koop zijn.
Knutsels
Ook al worden caravans steeds completer verkocht, er blijft voor de
aardsknutselaar altijd nog wel wat te verbeteren. Aan haakjes om iets
op te hangen denken de meeste fabrikanten bijvoorbeeld niet. Een extra
legplankje, een betere onderverdeling van een kast, een hangkast
waarvan voor een deel een legkast wordt gemaakt, betere verlichting,
een radio met speakers, een extra stopcontact etc. In de Kampeer en
Caravankampioen wordt aan dit soort knutselarij regelmatig aandacht
besteed. Nog een tip! Gaat u vaak met kleine kinderen op stap, laat dan
oud speelgoed in de caravan liggen. Ook wat spelletjes, een spel
kaarten en een paar platenboeken kunnen goed van pas komen. U weet maar
nooit wanneer u in een file terecht komt.
Koelkast
Bijna elke nieuwe caravan is tegenwoordig voorzien van een koelkast. In
tegenstelling tot de koelkast thuis, die van het compressortype is,
werkt de koelkast in de caravan in 99 van de 100 gevallen volgens het
absorptieprincipe. Een koelkast met compressor maakt toch altijd enig
geluid, de absorptiekast is muisstil.
De belangrijkste spelers op de markt van absorptiekasten zijn Dometic (voorheen Electrolux) en Thetford.
Leverancier van compressorkasten voor de recreatie is Waeco.
Absoptiekoelkast
Een absorptiekast werkt volgens
het principe van snel verdampende vloeistof die warmte aan z'n omgeving
onttrekt. Vergelijkbaar met eau-de-cologne of after-shave op de huid,
waaruit de alcohol verdampt die daarmee warmte onttrekt aan de huid;
het voelt koud aan.
Eenvoudig
voorgesteld vindt in de koelkast het volgende plaats: in een
cilindervormige pot (het kookvat) zit een ('sterke') ammoniakoplossing
(ammoniak opgelost in water). Door verwarming van deze cilinder met gas
of elektriciteit ( 12 V of 230 V) wordt de oplossing warm. Omdat
ammoniak een lager kookpunt heeft dan water, komt dit vrij uit de
oplossing en stijgt op in het buizenstelsel. Dit buizenstelsel vormt
een gesloten circuit. Het niet kokende water met nog een beetje
opgeloste ammoniak ('zwakke' ammoniakoplossing) wordt afgevoerd via een
overloop naar (uiteindelijk) de absorptiebuis (wet van de
'communicerende vaten'). Het droge ammoniakgas komt in de condensor en
slaat daarin neer, wordt dus vloeibaar. Daarbij komt veel warmte vrij.
Vervolgens komt het vloeibare ammoniak in de verdamper. Dat is het
aluminium plaatje met koelribben dat u in het vriesvak kunt zien
zitten. In de verdamper zit waterstof. De vloeibare ammoniak kan in de
verdamper in gas overgaan omdat de druk daarin door de aanwezige
waterstof is verlaagd. Voor verdampen is warmte nodig, dit wordt aan de
artikelen in de koelkast onttrokken. Het mengsel van ammoniak en
waterstof komt in de absorptiebuis. Hierin ontmoet het mengsel de
zwakke ammoniakoplossing (uit het kookvat), waarin het ammoniakgas
oplost. Dit produkt komt als sterke ammoniakoplossing uiteindelijk in
het absorptevat. De waterstof blijft over en gaat verder naar de
verdamper terwijl de sterke ammoniakoplossing terugstroomt in het
kookvat, waar het proces opnieuw begint. Een animatie van dit proces was
te zien op de webstek van Dometic, maar nu hier.
Het is een continu proces, dus niet zoals bij een compressorkast die
aan- en afslaat. Omdat het systeem gebaseerd is op partieel verdampen
en condenseren, is de goede werking sterk afhankelijk van de
temperatuur in de directe omgeving. Deze mag niet te hoog zijn (teveel
verdamping, te weinig condensatie), maar ook niet te laag (te weinig
verdamping). Warmtebeheersing is dus wezenlijk.
Warmtebeheersing
De koelcapaciteit wordt bepaald door 3 belangrijke pijlers
Het is noodzakelijk dat de geproduceerde warmte vlot wordt afgevoerd.
Hoe beter de condensor wordt gekoeld, hoe beter het kringloopproces
werkt en hoe beter de koelkast koelt. De koelopeningen zijn in de
buitenwand aangebracht in de vorm van roosters. Als de koelkast werkt,
is dit te voelen aan warme lucht die uit het bovenste rooster stroomt.
Roosters moeten een doorlaat hebben van tenminste 240 cm2 . Deze waarde
betreft de doorlaat, dus niet de afmetingen van het ventilatierooster
zelf, dat moet veel groter zijn. Het tweede rooster in de wand of de
vloer zorgt voor een natuurlijke 'trek', zodat de verwarmde lucht veel
beter wordt afgevoerd.
Dometic (Electrolux) beveelt aan de ventilatieroosters af te dekken bij
(buiten)temperaturen lager dan 8 graden Celsius. Het mag immers ook
niet te koud worden, de ammoniak moet wel kunnen 'koken'.
Boven de pakweg 20 graden Celsius buitentemperatuur is extra aandacht
voor goede afvoer van de geproduceerde warmte noodzakelijk.
Soms is daartoe een speciaal deurtje aangebracht in de zijwand, dat kan
worden opengezet nadat u op de camping bent aangekomen. Ook handig voor
onderhoud.
Dan kunt u ook het vliegengaas achter de roosters verwijderen. Die
kunnen als ze vervuilen wel 50% van de doorlaat beperken!
De ruimte achter de koelkast moet hermetisch van het interieur van de
caravan zijn afgesloten. De verwarmde lucht wordt dan snel afgevoerd en
verdwijnt niet naar alle mogelijke plaatsen.
Wanneer de ventilatieroosters door de openstaande buitendeur worden
afgeschermd, kan dat een negatieve invloed hebben op de warmteafvoer,
dus op het goed functioneren van de koelkast.
Als de koelkast standaard niet voldoende koelt, kunt u de volgende maatregelen overwegen:
Als eerder genoemde maatregelen niet mogelijk zijn of onvoldoende
zijn, dan is de enige manier om de werking weer te verbeteren de warmte
die de koelkast zelf produceert te verminderen. Dat kan door de
regelknop op een lagere stand te zetten. De koelkast koelt dan minder,
maar wel beter. (Dit lijkt paradoxaal.) Dometic beveelt in dat geval de
standen 1-2-3 aan. U kunt het beste experimenteel vaststellen wat in uw
geval de optimale stand is. Maar bedenk dat dit een correctie is op de
te hoge stand (vergelijk het met wat u zou doen om het slingeren van de
caravan te beperken). Dus niet: hoe lager de stand van de knop hoe
beter de koeling.
Vuistregel: zet bij temperaturen van pakweg 25 graden Celsius en hoger
de regelknop van de koelkast wat lager dan u eigenlijk voor ogen had.
Tip: leg (plak) eens een thermometertje in de koelkast.
Dan nog het volgende
Gas èn elektriciteit: de koelende werking van een
absorptiekoelkast is aan een maximum gebonden. Denk niet: 'ik laat de
koelkast zowel op gas als op elektriciteit werken want dan gaat het
beter'. De cilinder waarin de oplossing wordt verwarmd moet zo warm
worden dat de ammoniak uit het water kookt. Wordt de cilinder warmer
dan gaat het water meekoken en is het effect volledig verdwenen. De
koelkast koelt dan helemaal niet meer maar verwarmt, dit kan fataal
worden als het te lang duurt. Denk daaraan bij het overschakelen van
gas op elektriciteit of omgekeerd.
230V èn 12V: Bij sommige koelkasten van Dometic (RM4-serie) is het mogelijk tegelijkertijd 230V en 12V in te schakelen. Dat is in het algemeen niet aan te bevelen. Ook in dit geval bestaat het risico dat het water mee gaat koken met alle gevolgen vandien.
In één specifiek geval zou dit kunnen helpen de koelprestatie te verbeteren: als op de camping minder dan 230V aangeboden wordt. Het grote probleem is dan dat de extra 12V niet regelbaar is, er kan dan nog steeds oververhitting plaats vinden. Niet doen dus.
Scheef staan: In het buizenstelsel zitten enkele pijpjes, waarvan de
hoek waaronder ze staan erg belangrijk is voor het terugstromen van de
oplossing. Staat de caravan scheef, dan komen die pijpjes onder een
verkeerde hoek te staan waardoor de werking van de koelkast wordt
beïnvloed. in het ergste geval doet hij het helemaal niet. In
opkomst zijn de zogenaamde hellingskasten, die speciaal zijn ontworpen
om ook in scheve stand goed te kunnen koelen.
Koelkast tijdens het rijden
Zie Koelkast op
12volt
Koelkast tijdens verblijf op camping
Op de camping heeft u de keus: de koelkast kan op gas of op 230 V.
Op een camping met mogelijkheid tot aansluiting op 230V wordt meestal gekozen om de koelkast op 230V te laten werken.
Er zijn een aantal redenen die u toch kunnen besluiten de koelkast op gas te laten werken. Misschien is de elektriciteit wel buitenproportioneel duur.
Of misschien levert de camping minder dan 230V, wat dan de (hoofd)oorzaak kan zijn van slecht koelen. Deze oorzaak komt misschien wel meer voor dan u denkt!
Globaal kan worden aangehouden dat een koelkast ongeveer 250 g gas per
dag verbruikt. Besluit u
om gas te gebruiken dan moet u er zich, zeker bij een lang verblijf,
wel van overtuigen dat er in de buurt gas gevuld kan worden.
Koelkast aansteken op gas
Ook de koelkast is beveiligd tegen uitwaaien van de gasvlam. Tijdens
het aansteken moet deze beveiliging worden overbrugd door het vrijmaken
van de omloopleiding. Hiervoor is een speciale knop aangebracht. De
werking van de beveiliging is beschreven bij het aansteken van het
gaskomfoor. De wat duurdere kasten zijn voorzien van elektronische
ontsteking, die automatisch de vlam weer ontsteekt wanneer die is
uitgegaan.
De brander is aan de buitenkant van de koelkast aangebracht en zuigt de lucht aan door een opening in vloer en/ of buitenwand. We gaan er vanuit dat de fabrikant de koelkast correct heeft geïnstalleerd. De aangezogen lucht komt dus van buiten, de verbrandingsgassen gaan via een eigen afvoerrooster naar buiten. Door de knop in te drukken stroomt er gas uit de brander. Dat gas moet worden ontstoken. Hiervoor is een ontstekingsmechanisme aangebracht. Dit kan zijn: piëzo-ontsteking of elektronische ontsteking. De werking hiervan wordt uitgelegd bij de bespreking van de kachel omdat daarin eenzelfde soort ontsteking is verwerkt.
Of de vlam van de brander brandt, is bij de oudere koelkasten te zien via een onhandig klein gaatje onder in de achterwand van de koelkast. je hebt er bijna een vergrootglas voor nodig. Nieuwere kasten zijn uitgerust met een veel groter kijkoog. Doet, na herhaalde pogingen, het vlammetje het nog niet, dan kan de oorzaak ervan zijn dat er veel lucht in de leidingen zit. Als de vlam 10 tot 20 seconden brandt, kunt u de knop van de omloopleiding loslaten. Als het goed is, blijft het vlammetje branden en kan de regelknop in de gewenste stand worden gezet. Tip! Pak de avond voordat u vertrekt de koelkast vol met koude spullen (uit de koelkast van thuis dus) en zet hem 's nachts aan op 230 V. Als u de volgende ochtend vertrekt, blijft de koelkast heel lang op temperatuur.
Onderweg op gas
Volgens Electrolux is
het alleen in Frankrijk en Australie verboden tijdens het rijden de
koelkast op gas te laten werken. Dat is wel overal verboden bij
tankstations en op veerboten. Omdat het in de praktijk moeilijk of niet
mogelijk het gas af te sluiten voordat men bij een tankstation aankomt,
moet sterk afgeraden worden met geopende gaskraan te rijden. Denk ook
aan het gevaar dat ontnappend gas oplevert wanneer men bij een
aanrijding betrokken raakt.
Storingen
Koelkast op gas:
Koelkast in de stalling
Maak de koelkast grondig schoon met een sopje van lauw water en zachte
zeep. Maak hem goed droog en vergeet niet de rubberafdichting in te
smeren met talkpoeder. Zet de deur in de 'wegzetstand' of
'antischimmelstand', dus op een kiertje.
Verlichting
Vroeger werd voor verlichting in het interieur veel gasverlichting
toegepast, maar dat gebeurt tegenwoordig niet meer. Voor een enkele
overnachting is het niet echt nodig 'aan de paal' te gaan staan, maar
kan met mate 12 volt spanning van de auto worden betrokken. Bij gebruik
van één lamp gedurende een korte periode heeft dat geen
problemen voor de accu, zeker wanneer energiezuinige lampen zijn
gemonteerd.
In standaarduitvoering is de caravan van een aantal lichtpunten
voorzien. Goedkope caravans hebben meestal weinig lichtpunten. De
meeste merken rusten hun caravans uit met lichtpunten die werken op
zowel 12 V als 230 V. In het algemeen zal een Engelse caravan meer zijn
afgestemd op 12 volt gebruik dan een Duitse wagen.
Als u een nieuwe caravan heeft gekocht, gebruik hem dan eerst een
weekend. Daarna kunt u het best beoordelen of het aantal lichtpunten
moet worden uitgebreid of dat lampen op een andere plaats gewenst zijn.
Voor de wandcontactdozen (stopcontacten) geldt hetzelfde. Vaak zitten
ze op de verkeerde plaats en meestal zijn er te weinig. Overigens, het
knutselen met elektriciteit vinden wij zo belangrijk dat er een
speciaal hoofdstuk aan is gewijd.
De afzuigkap
In luxe caravans is vaak een afzuigkap aanwezig. De afgewerkte lucht is
door de korte afvoer snel buiten. Toch moet u geen wonderen van de
afzuigkap verwachten, aangezien de capaciteit veelal niet is
overbemeten. De beste methode is nog steeds ventileren via het
keukenraam en het dakluik.
Het koffiezetapparaat
Handig is het om in de caravan een koffiezetapparaat mee te nemen.
Onderweg heeft u er niets aan, maar eenmaal op de camping aangekomen is
het toch wel handig. Een probleem op veel campings is dat de maximale
stroomsterkte die kan worden afgenomen vaak beperkt is (bijvoorbeeld zo'n 4
ampère). Het gevolg: doorslaan van de stoppen met alle gezeur
vandien. Let erop bij de aanschaf van een koffiezetapparaat dat het
niet te veel vermogen vraagt (bij beschikbaarheid van 4A maximaal 4*230 = 920W).
Andere apparaten
Er zijn meer apparaten die handig of/en gewenst kunnen zijn in de caravan. En als 10 of meer Ampère beschikbaar is, leveren apparaten tot 2300W geen probleem. Is er minder beschikbaar, bijvoorbeeld 4 A, dan zijn een waterkokertje (900W), een oventje (650W), een bak/grill-plaatje (800W), alle apparaten van max 920W geen probleem zolang ze niet tegelijk gebruikt worden. Algemeen: als X Ampère beschikbaar is, dan zijn apparaten tot 230*X Watt bruikbaar. Hou wel rekening met de andere schijnbaar permanente stroomvragers zoals koelkast, boiler. Als u toch bijvoorbeeld een Senseo-apparaat (1450W), elektrische wok (1300W), e.d. zou willen gebruiken terwijl de geleverde ampères daarvoor niet voldoende zijn, dan kunt u een hulpmiddel ( WattController ) inzetten dat er voor zorgt dat het apparaat niet meer ampères krijgt dan u instelt. Een apparaat zoals genoemd doet z'n werk dan toch, maar trager.
Ventilatie en verwarming
In de zomer, bij verblijf in een warm land, vormt ventilatie nauwelijks
een probleem. De meeste ramen en dakluiken staan open en de tijd dat u
binnen zit, is minimaal. Het belangrijkste probleem is dan hoe de
insecten buiten de deur te houden. Moderne caravans hebben voor de
openslaande ramen en het dakluik zogenaamde combihorren; een combinatie
van rolgordijn en muggenhor. Is de caravan er niet mee uitgerust, dan
kunnen deze horren ook naderhand aangebracht worden. Voor de
deuropening komt een vliegengordijn of, en dat is effectiever, een
hordeur. Tip. Bij caravans die zijn uitgerust met ringverwarming met
airmix, kan de ventilator in de zomer worden gebruikt om iets koelere
lucht van onder de caravan in het interieur te blazen.
Storingen
Voor het goed functioneren van de kachel is een aantal zaken van belang:
Wintersport
Zelfs in de begintijd van de caravan waren er al enthousiastelingen die
ook 's winters gebruik maakten van hun caravan. Dat vereiste veel
improvisatievermogen aangezien de caravanfabrikanten er absoluut geen
rekening mee hielden. Tegenwoordig is dat wel anders. Vrijwel elke
moderne caravan is geschikt of geschikt te maken voor wintergebruik.
Natuurlijk zijn er verschillen, zoals je ook 3- en 5-sterrenhotels
hebt. In Nederland gaat naar schatting 5% van de caravanners ook naar
de wintersport met hun wagen. In Scandinavië liggen die
percentages aanzienlijk hoger. Geen wonder dat caravanbouwers in die
landen veel meer rekening houden met wintergebruik. je ziet dat ook
duidelijk aan de daar gebruikte producten zoals Polar, Cabby, Kabe,
Solifer en SMV. Op een enkele uitzondering na zijn producten uit de
overige Europese landen minder uitgesproken wintercaravans, wat
overigens bepaald niet wil zeggen dat je er niet probleemloos mee naar
de wintersport kunt. Mits aan een aantal eisen is voldaan. In het
algemeen geldt dat een wintercaravan niet te klein moet zijn en over
flink wat bergruimte en laadvermogen moet beschikken.
Bij caravans zoals ze de laatste decennia worden gebouwd, is de
isolatie voldoende voor wintergebruik. Natuurlijk zijn er verschillen,
maar die resulteren voornamelijk in een wat lager gasverbruik. Ook in
een 'normaal' geïsoleerde caravan hoef je in de winter beslist
geen kou te lijden. Dubbele ramen zitten al jaren in elke caravan.
Verschillende verwarmingssystemen zijn mogelijk.
Zo is daar de vloeistofverwarming,
een fraai en heel comfortabel systeem.
Marktleider was hier Primus, daarnaast wordt Alde gebruikt. Zowel Alde
als Primus zijn overgenomen door het Duitse Truma. Truma heeft een
sanering van de modellen doorgevoerd waardoor de Primus-modellen (de
2590 serie en de Aquaflex) niet meer gemaakt worden. Alle
Scandinavische caravans, de Kip Hyline en de Adria C-serie hebben nu
een Alde vloeistofverwarming. Vloeistofverwarming komt u ook tegen in
de oudere modellen van Award en is bij andere merken tegen bijbetaling
soms te leveren.
Vloeistofverwarming lijkt het meest op de verwarming thuis. Met een
ketel (in de disselbak of in een bankkast) die de vloeistof (vroeger
water + antivries) verwarmt, en een pomp die de verwarmde vloeistof
transporteert naar convectoren. Omdat de warmte is opgenomen in de
vloeistof, blijft deze lang bewaard. Een bijkomend voordeel is dat op
het systeem vrij eenvoudig een warmwaterboiler kan worden aangesloten.
Bij de nieuwste Alde en Primus modellen zit de boiler zelfs ingebouwd.
Daarnaast werken deze systemen ook vaak op elektriciteit. Afhankelijk
van de beschikbare aansluiting kan het verwarmingselement 1000 of 2000
Watt (bij)verwarmen waarbij pas de gasbranders worden bijgeschakeld als
de ketel meer vermogen nodig heeft. In de Scandinavische modellen
kunnen de radiatoren worden uitgebreid met vloerverwarming. Onder de
vloerbedekking ligt dan een metalen plaat met daar tegenaan enkele
leidingen waardoor de warme vloeistof stroomt. Op deze manier wordt de
vloer verwarmd waardoor een zeer gelijkmatige warmteverdeling ontstaat.
Omdat de ketel geen waakvlam heeft, maar geheel thermostaat-geregeld
is, kan bijvoorbeeld overdag het systeem gewoon aanblijven zonder dat
het warmte afgeeft. Pas als het kouder wordt, slaat automatisch de
kachel aan. In winterse omstandigheden kunnen deze systemen ook tijdens
het rijden gewoon aan blijven, hoewel het natuurlijk niet echt
verstandig is om met geopende gasflessen te rijden (in sommige landen
zelfs verboden). Het systeem heeft ook nadelen: het duurt vrij lang
voor de caravan op temperatuur is, het systeem is duur en relatief
zwaar. Het is door een doe-het-zelver niet eenvoudig aan te brengen.
Bankkasten moeten met een dubbele bodem worden uitgerust en achter de
rugkussens moet voldoende ventilatie zijn.
Vloeistofverwarming
in uw caravan/camper is ook mogelijk door het
vloeistofverwarmingspakket HelmoTherm 3 aan uw luchtkachel toe te
voegen. Dit systeem wordt aangesloten op alle type`s ( S-E en C serie)
Truma-luchtkachels, waardoor diverse mogelijkheden en combinaties van
het verwarmen van de caravan ontstaan (inclusief warmwatervoorziening).
Achterop of achter de kachel wordt een warmtewisselaar geplaatst die de
vloeistof verwarmt. Door middel van een 12 volt pomp wordt de vloeistof
door de convectoren rondgepompt. HelmoTherm 3 kan ook achteraf
worden ingebouwd en werkt in combinatie met de heteluchtverwarming. De
combinatie lucht- en vloeistofverwarming heeft vele voordelen,
één daarvan is een snelle opwarmtijd van de caravan. Een
handige doe-het-zelver kan het HelmoTherm 3-systeem zelf
aanleggen, terwijl het op termijn mogelijk mee kan verhuizen naar de
nieuwe caravan.
Meer gegevens en tips over kamperen in de winter zijn te vinden op www.winterkamperen.nl.
Vloerverwarming
Vloerverwarming behoort ook tot de mogelijkheden om het comfort te
verhogen. Deze wordt in de modernere caravans soms al ingebouwd in de
vloer. Maar voor wie dat niet heeft is "warmtefolie" te verkrijgen voor
doe-het-zelvers. Voor niet-klussers zijn er losse "warmtetapijten" in
de handel. Zelfs een elektrische deken onder de vloerbedekking kan
volgens fabrikant Inventum in beginsel dienst doen als vloerverwarming.
Alleen past dat natuurlijk niet en moet men wel voorzichtig zijn met
scherpe indrukken, zoals van tafelpoten. Voor de handige doe-het-zelver
zijn er meer mogelijkheden. Zie Vloerverwarming in de rubriek Tips.
Verbruik
De verwarming verbruikt gas en/ of elektriciteit. De hoeveelheid is van
zo veel factoren afhankelijk dat daarvoor moeilijk een norm is te
geven. U mag er van uit gaan dat de fabrikant van de caravan een kachel
heeft geplaatst die voldoende warmte kan leveren. Hoeveel energie dat
gaat kosten, hangt af van o.a.:
Camping reserveren
De meeste campings zijn 's winters gesloten. In de wintersportgebieden
zijn er veel campings die het hele jaar door geopend zijn, maar daarop
is meestal beperkt plaats door een enorm aantal vaste standplaatsen.
Gelukkig komen er elk jaar meer wintercampings bij. In de winter kunt u
beter niet op de bonnefooi gaan. Indien u tijdens het hoogseizoen wilt
gaan, dat is in de kerstvakantie of krokusvakantie, dan moet u in de
zomer beginnen met het aanschrijven van de door u uitgezochte camping;
beter te vroeg dan te laat.
Wintervaste campings zijn meestal vrij prijzig omdat ze meer
voorzieningen hebben. Vooral het sanitair moet pico bello zijn en de
gebouwen moeten flink worden verwarmd. Meestal is er bij de camping een
restaurant.
De reis
Dat de auto in goede conditie moet zijn, spreekt natuurlijk vanzelf.
Laat de samenstelling van de koelvloeistof controleren, houd rekening
met temperaturen tot -30'C. Dit geldt trouwens ook voor de vulling van
de ruitensproeier. Sneeuwkettingen horen erbij, dat is logisch, maar
het is sterk aan te raden ook winterbanden te laten monteren.
U gaat naar de sneeuw dus de kans is groot dat er onderweg, met de
caravan erachter, ook sneeuw valt. De situatie is meestal zo dat er dan
te weinig sneeuw ligt om de kettingen om te leggen, maar te veel om
veilig met de zomerbanden te kunnen rijden.
De keus voor wel of geen winterbanden wordt natuurlijk voor een
belangrijk bepaald door het gebied waar u naar toe denkt te gaan. Het
belangrijkste verschil tussen normale banden en winterbanden zit in het
profiel (dat van winterbanden is veel grover) en in de samenstelling
van het loopvlakrubber. De profieldiepte is erg belangrijk.
Bij nieuwe sneeuwbanden is die ongeveer 10 mm, bij normale banden 8 mm.
Een profieldiepte van 4 mm is minimaal noodzakelijk voor het rijden
onder winterse omstandigheden. Bij sommige grensdoorlaatposten kijkt
men 's winters erg kritisch naar de banden.
De huidige generatie winterbanden zijn nu ook beter geschikt voor de
Nederlandse winter. Door speciale rubbermengsels en toevoeging van o.a.
silica zijn tegenwoordig deze banden uitstekend toepasbaar tijdens
regen. Absoluut een aanrader dus. Bedenk dat de zomerbanden bij gebruik
van winterbanden minder snel slijten: in veel gevallen kan men ze voor
een geringe vergoeding opslaan bij de bandenhandel. Tip. Overweegt u
aanschaf van lichtmetalen velgen, laat dan de winterbanden monteren op
de originele stalen exemplaren. De kans dat door gebruik van
sneeuwkettingen dat lichtmetaal beschadigd wordt is niet ondenkbaar en
u kunt volstaan met twee keer per jaar alleen de wielen wisselen. Tip.
Winterbanden altijd grofweg één maatje smaller, of twee
maatjes smaller en dan één maatje hoger. Ruimte in de
wielkast wordt hiermee groter voor montage van kettingen en smallere
banden hebben een grotere druk per cm2, wat effectiever is
in sneeuw en regen.
Tips
Voor uw reis hebben wij de volgende tips:
Op de camping
Probeer bij daglicht op de camping aan te komen. Het opstellen en
aansluiten van de caravan is toch iets ingewikkelder dan in de zomer.
Is de camping reeds in sneeuwtooi gehuld, dan is het niet eenvoudig een
plaatsje uit te zoeken om de caravan neer te zetten. Tenslotte weet u
niet wat er onder de sneeuw zit. Op de meeste campings wordt dit voor u
geregeld. Soms is er een vlakte platgewalst, dat verschilt per camping.
U krijgt een plaats toegewezen en de caravan wordt door een trekker
naar de bestemming gebracht.
Waterpas zetten
Het waterpas zetten van de caravan is reeds beschreven, maar hoe moet
dat in de sneeuw? U kunt twee dingen doen. Ziet het ernaar uit dat het
de hele vakantie blijft vriezen, dan kunt u de sneeuw beschouwen als
ondergrond en hierop de caravan waterpas zetten. Gaat het dan toch
dooien en staat u op een helling, dan is de kans groot dat er enige
verschuivingen plaatsvinden of dat de caravan op stap gaat. De beste
manier is om contact te zoeken met de vaste ondergrond. Lukt dit niet
omdat het pak sneeuw te dik is, zorg er dan toch voor dat er voldoende
stenen voor de wielen liggen, zodat er niets kan gebeuren.
Tip. Doe een plastic zakje om de plankjes. Ze vriezen gegarandeerd vast
en op deze manier kunt u ze makkelijk bevrijden van de harde ondergrond.
Elektriciteit aansluiten
Wintercampings hebben gelukkig een aan de omstandigheden aangepaste
stroomaansluiting. Dat betekent dat u er in noodgevallen ook een kleine
elektrische straalkachel kunt inschakelen zonder dat de stoppen
doorslaan. Voor alle zekerheid kunt u zo'n kacheltje meenemen.
Omdat het stroomverbruik per kampeerder sterk zal verschillen hebben
veel campings een aparte meter per aansluitpunt en moet de afgenomen
stroom worden betaald. Zeker in de winter moet u dik rubberen
elektriciteitskabel gebruiken, dat is beter tegen de kou bestand;
plastic wordt hard. De elektriciteitskabel moet door de sneeuw naar de
kast, daar zit niets anders op. Ingraven van de kabel is niet aan te
raden. Dit gebeurt meestal al vanzelf door het warm worden van de kabel
(temperatuur vaak hoger dan nul graden Celsius).
Om vastvriezen van de kabel te voorkomen, is het aan te bevelen deze
dagelijks even los van de grond te trekken. U voorkomt hiermee dat de
kabel te ver in de sneeuw zakt en zodanig vastvriest dat u deze moet
afschrijven. Zijn er hekjes of andere mogelijkheden in de buurt,
gebruik dan deze mogelijkheid om het snoer van de grond naar de
stroompaal te voeren. Het over de weg laten lopen van de kabel is niet
aan te raden i.v.m. kans op schade door sneeuwkettingen. Gebruik ook in
dit geval de bomen om het snoer naar de overzijde te geleiden.
Gas
Het gasverbruik is tijdens een wintersportvakantie vrij hoog. Per dag
moet u rekenen op ongeveer 3 kg. Dit zal van geval tot geval anders
liggen. Neem bij vertrek twee volle flessen van 6 kg mee. Dit is
voldoende voor onderweg. Huur ter plaatse een grote gasfles. Op
wintercampings is alleen propaan te koop, zodat u zich daarover geen
zorgen hoeft te maken, zie ook het hoofdstuk over gas.
Regelaar bevriest: wordt een nieuwe gasfles aangesloten, dan kan daarin
wat vocht zitten. Komt dit vocht in de verdamper/ drukregelaar, dan kan
het bevriezen. Hierdoor bevriest de drukregelaar en stroomt er geen gas
meer. De verdamper moet worden verwarmd. Hiervoor is een speciaal
element (de zgn. Ice-Ex).te koop dat werkt op 12 V.